Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleinzoon van genoemden Dijkshoorn, ter beschikking. Op 31 Maart 1851 werd de vergadering van Christelijk Gereformeerden door ds. P. de Groot, van Schiedam, tot een gemeente bevestigd, en eeh Kerkeraad ingesteld met L. van der Mark als ouderling en L. Dijkshoorn als diaken.

Tot 14 October 1855 hebben de bijeenkomsten der gemeente op genoemde bouwmanswoning voortgeduurd. In het begin van dat jaar werd tot den bouw van een eigen kerkgebouw besloten. Voor ƒ 20.— verkocht de heer L. Dijkshoorn den grond, waarop de kerk zou verrijzen, terwijl door inteekening bij de lidmaten de noodige gelden verkregen werden. De bouw werd gegund aan den timmerman A. Regoor, en den metselaar H. Binnendijk, beiden alhier voor de somma van circa ƒ2000.—. Op 21 October 1855 werd het kerkgebouw door ds. J. Middel, van Vlaardingen, ingewijd.

De eerste predikant '), ds. P. van der Sluys, werd bevestigd den 5den Mei 1861, door ds. Steeketee, predikant te Vlaardingen.

Tot de gemeente alhier hebben ook de Christelijk Gereformeerden van Maassluis behoord, vóór dezen een afzonderlijke gemeente aldaar stichtten.

Omtrent het kerkgebouw, dat in de Lange Taan gestaan heeft, lezen wij in het „Kort Overzigt" van den heer Beelaerts het volgende: „Het kerkje, staande (de lezer vergete niet, dat de heer B. in 1883 schreef) in den Dijkpolder, even buiten de kom van Maasland, aan den rijwegkant, in de richting naar den Dijkmolen, doch een weinig landwaarts in, strekt ten dienste van leden der Chr. (afgesch.) Ger. Gemeente, welke in en nabij het dorp Maasland wonen. Het is een eenvoudig gebouwtje, zoo van binnen als van buiten, en in den jare 1855 gebouwd. De leden hebben een eigen predikant, woonachtig in een hun toebehoorend huis, staande in het dorp aan de kade, recht tegenover de herberg de „Pynas".

„Een tweede gedeelte der Chr. afgesch., gevestigd onder Burgersdijk, hebben vereenigd met hun volgelingen in de Lier hun kerk

i) Zie de lijst der predikanten in de „Bijlagen". Vóór de Chr. Oer. tot een gemeente werden bevestigd, kwam nu en dan een „oefenaar" tot de vergadering. Als zoodanig vinden wij vermeld de heeren J. van Oei, uit Delft, en C. Doorduyn, van Noordwijk.

Sluiten