Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenerzijds en Jonkhr. Jacob van Egmont, als zoon en opvolger van zijn vader anderzijds, over het bezit van de Ambachtsheerlijkheid van het Dorp en Ambacht van Maasland, hetgeen laatstgenoemde pretenteerde, dat hem rechtens toekwam, volgens acte van koop van 30 Nov. 1583.

Dit geschil had een accoord tengevolge, waaromtrent we lezen: „Op 26 Juli 1596 werd een accoord gesloten, de luiden van de Rekeningen van de Graaflijkheid van Holland ter eenre en Jhr. Jacob van Egmond, heer van Kenenburg ter andere zijde, over de rechten aan de Ambachtsheerlijkheid van Maasland toekomende, wegens den aankoop daarvan van de Staten van Holland, door ztjn vader, heer Otto van Egmond, ridder, heer van Kenenburg op 30 Nov. 1583:

„zal vermogen aan te stellen: schout, secretaris en bode, te doen excerceeren de dagelijksche of lage jurisdictie en genieten de profijten en baten tot dezelve lage of dagelijksche jurisdictie behoorende."

♦ *

*

Welke nu waren de voorrechten aan het bezit der Ambachtsheerlijkheid verbonden?

Dienaangaande lezen wij in een Memorie of opgaaf over een der jaren tusschen 1663 en 1673:

„Memorie of Lijst van het Incomen ende revenuën,

alsook van de preëminentiën van de Heerlijckheid Maeslandt":'

„De Heer van Maeslandt, het recht hebbende om aldaar te mogen aanstellen den Schout, Secretaris en Bode, heeft voor als nu de Schoutplaats aan Pieter van Rijckel, sijn leven Iangh gedurende verhandelt (alhoewel vrij meerder waardig zijnde) voor 3300 gulden cap' . hetwelk gereduceerd zijnde tot een lijfrente van tien ten honderd, jaarlijks importeert de somma

van f 330 — 0 — 0

En moet de voornoemde Schout daarenboven jaarlijks vrij geld en boven de verpondingen en andere lasten, alsmede vrijen dienst aan den Heer voor een rantsoen uitkeeren . . „ 100 — o — 0 Transporteeren .... ~T~43ÖT- 0 — Ö

Sluiten