Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII.

De belasting van Holland in het algemeen. — Verpondingen, kostenschreven, paarden- en runderbelasting, dienstbodengeld, patentbelasting. — Wanbetaling: niets nieuws onder de zon. — Rekening en verantwoording van „Ontfang" en „Uytgeeff" over den jare 1723/24. — Dito van de „Apparente baeten en behoeften voor den jare 1811,

W

Het College van Schout en Zetters stond óók over de financiën.

En als er nu in aanmerking genomen wordt, dat we schrijven over de vervlogen eeuwen in Holland, zal het duidelijk zijn, dat we vooral in oorlogstijden (1672 b.v.) heel wat van ordinaire en extra-ordinaire opbrengsten in de archieven vermeld vonden. „In het oude Rome — zoo werd onder de Republiek der Zeven Geünieerde Provinciën wel gezegd — kon men zelfs niet geboren worden of sterven zonder belasting te moeten betalen; maar hier is het nog erger. Hier is alles belast, behalve de lucht, die men inademt".

Nu stak daar overdrijving in, maar een grond van waarheid was er niet in te miskennen. Vooreerst had men de zoogenaamde verponding, een belasting op de gebouwde en ongebouwde eigendommen; verder een personeelen of hoofdelijken omslag, ook wel kostenschreven geheeten: jaarlijks werden door het college van Schout en Zetters die kostenschreven verzift, d. i. de lijst voor den hoofdelijken omslag opgemaakt en eenieder naar zijn vermogen belast. Dan had men het dienstbodengeld, verder de „belasting op de runderbeesten", „het paardengeld", de patentbelasting of de belasting op nering en bedrijf.

Sluiten