Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van adellijke geboorte te zijn, of dat hunne voorouders welgeboren \an Delfland waren". Maar opdokken was de boodschap, en zij kregen octrooi „waarbij hun wordt vergund die omslag bij parate executie te innen, alleen daarvan bevrijd latende edellieden, wonende

in hun eigen adellijke hofsteden".

• *

*

In den regel was de „Ambagtscas" goed gevuld. Men hield b.v. in de achttiende eeuw jaarlijks een sommetje over, dat soms bij de duizend gulden bedroeg, soms minder was.

Over de huishouding „in den dorpe en het Ambagte van Maasland werpt de jaarlijksche „rekening, bewijs ende reliqua", zooals die door Schout en Zetters gedaan werd, gemeenlijk in de eerste dagen van Juli, een helder licht. We kiezen uit de „reekeningen" van vele jaren die van „1 Julij 1723 tot 7 Julij 1724".

Rekening, bewijs ende Reliqua die Schout en Zetters van den dorpe en Ambagte van Maasland onder den andere zijn doende, en dat van zoodanigen ontfang ende uijtgeeff als zijluijden voor de gemeene zaake hebben gedaan, alles gestelt in guldens van XX stuijvers 't stuk, stuijvers en penningen van dien naar advenant als volgd van len Julij 1723 tot den 7den Julij 1724.

Ontfang

Eerstel ijk werd voor ontfang gebragt het slot van de laatste Reekening gedaan bij Schout en Zetters van Maasland op den 2en Julij 1723, waarbij bevonden werd over te schieten ten behoeve van 't ambagt een zomme van vijfhonderd drie en zestig gulden zeventien stuijvers zes penningen, dus f 563:17: 6

den 3 September 1723 Ontfangen ten Comptoire van de Heer van Hoogerheijd de zomme van twaalf guld tien st: van een Jaar Intrest van een

Cap1: van vijf honderd guld: dus f 12:10: —

den 3en Septemb. 1723 Ontfangen ten Comptoire

Transporteeren . . . . f 576: 7: 6

Sluiten