Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men ondervindt om certificaten, benoodigd voor de nieuwe haring, te bekomen.

De Heer van Keenenburg bleef niet achter en steunde bij afzonderlijk adres de rekesten van Schepenen en inwoners van Maassluis; de laatsten hadden zich bij hem beklaagd, dat er bij het doen van arresten moeielijkheden gerezen waren.

Ten einde ingelicht te worden stelden de H.H. Staten van Holland al deze bescheiden in handen van Burgemeester en Regeerders der stad Delft.

Nu bleef de zaak lang slepende. Het nieuwe Ambacht van Maaslandsluis verkreeg intusschen een Secretaris in den persoon van Gidion Looquefier.

Eindelijk consenteerden de heeren van Delft, voor zooveel hun aanging, in de separatie (4 Mei 1614) en schoten ook Gecommitteerde Raden op. Zij benoemden burgemeester de Lange, van Gouda, en burgemeester Thorenvliet, van Leiden, om „inspectie te doen aangaande de gelegenheid der grenzen."

Na gedane besognes vertrokken deze heeren en kort daarna werden beide partijen bij Gecommitteerde Raden ontboden.

Maasland had tot assistenten genomen den advocaat Van Veen en Strijen, en zijn gewonen procureur Jan Coenen Groeneveld, benevens verschillende gecommitteerden.

De Ambachtsheer had zijn neef, den baljuw van Seventer en den predikant van Maassluis, ds. Johannes Fenacolius, benevens eenige gecommitteerden gezonden.

Nadat beide partijen hun belangen voorgedragen hadden, cor.scntecrdc Maasland tenslotte, dat Maaslandsluis een eigen rechtbank zou hebben, mits de politie en het zegel gemeenschappelijk zouden blijven.

Op 9 Mei d.a.v. had een nadere bijeenkomst bij Gec. Raden plaats. Van beide partijen waren zoovelen naar Den Haag getogen, dat het leek, alsof heel Maasland en Maaslandsluis bij deze vergadering aanwezig waren. „De gemoederen waren — zoo luidt een handschrift over deze kwestie — zóó beroerd, dat Gecommitteerde Raden het noodig oordeelden, tot verzachting der gemoederen, het volk een- en andermaal toe te spreken."

Nog was het einde der kwestie niet daar. In een vergadering van 16 Mei „sprak de predikant van Maassluis, ds. Fenacolius,

8

Sluiten