Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vogeltjens, veêren, mannetjes enz.; onder deze verdwijnen de letters met de gebreken der kinderen, die met deze kunststukken wonder in hunnen schik, al springende naar hunne zitplaatsen vertrekken.

't Is nu bijna half twaalf, en de toon zal hooger klimmen. De meester krijgt het psalmboek en roept met luider stem: Laat ons ter eere Godes en tot ons aller stichting, opzoeken en met heiligen aandagt zingen den berijmden 109* psalm van den Profeet David, daar het begin is beginnende; hij leest twee verzen. Nu rijst er een geluid op, waarbij het geblaet van honderd schaapen lieflijk is, noch toon, noch maat neemt men in aanmerking. Vader en zoon zwellen de aderen voor het hoofd op, gaapen tegen elkander met stijve kaken, worden bont en blauw, en hijgen naar den adem, eer het gezang geëindigt is. Hierop sluit de meester al dankende en biddende, herhaalt de zaken van het morgengebed, alleen het geval van Dirk en zijn zoon er bijvoegende. Zoo als hij zegt; amen! ja, amen! vliegt de menigte wild en woest door elkander, berst de deur uit, en zwiert in het rond al slaande, stotende, trekkende, schreeuwende. In den namiddag wordt bijna het zelfde tooneelstukje gespeeld. Eenmaal in de week schrijft men egter om den voorrang; deze kunstbladen worden door den meester met allerlei krullen en figuuren betrokken, vervolgens naar waarde gerangschikt, en aan een touwtjen ten toon gehangen. Vrijdag of Zaturdag is er ook onderwijs in den godsdienst. De meester vraagt eenige volgens het boekje van Borstius, anderen naar dat van Hellenbroek, en laat ook sommigen die afdeeling van den catechismus opzeggen, die den volgenden Zondag zal gepredikt worden. Het geheugen en de tong doen hier alleen hunne werking. Men gilt de antwoorden op eenen rijzenden en daalenden toon; die deze kadans mist, zwijgt eensklaps, kan geen woord meer voortbrengen, alzo het geheugen aan deze machinaale leiding geheel verbonden is. Niemand verstaat iets van hetgeen hij voortbrengt, althans van den catechismus is dit zeker, en van 't boekjen van Hellenbroek durven wij niet zeggen, dat het zeer geschikt is, om de kinders te doen denken. De uitlegging ontvangen zij van de plak of de bullepees.

Noch heb ik vergeten, dat de meester, vooral in de winteravonden, onderwijs geeft in de rekenkunst. Dit doet hij volgens

Sluiten