Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVII.

Een schoolmeestersbenoeming en dier aankleve in het midden der 18e eeuw of: „Memorie wegens het gepasseerde omtrent het desisteren van den Schoolmr Abraham Delvoye en het aanstellen van een Successeur in Sijne plaatse".

Wie een duidelijk beeld wenscht van den toestand op onderwijsgebied ten plattelande in het midden der achttiende eeuw en van de verhouding op onderwijsterrein tusschen het kerkelijk en het burgerlijk element, vindt in onderstaande „Memorie" zijn gading. Waren de heeren Staten der verschillende provinciën zoovele machthebbers, die het eenmaal door hen verkregen gezag wisten te handhaven en zich vaak geducht lieten gelden, de besturen der steden en ambachtsheerlijkheden hielden ook de teugels

Meester Abraham Devoye had acht en veertig jaren de Maaslandsche jeugd in de noodzakelijkste kundigheden onderwezen. Van 1696 tot 1744 had „meester" de jeugd onderricht, de onschuldige „asempies" in zijn longen gezogen. Het was nu wel: meester verlangde naar rust en „den 5e Junij 1744 Sijnde ordinaire Vergadering van Setters, werd door den Schoolmeester Abraham del Voye gepresenteert het Request hierna volgende:

Aan de Ed. Achtb. Heeren Schout, Setters en Schepenen van Maasland.

Geeft met behoorlijk Respect te kennen Abraham del Voye Schoolmr alhier, dat hij Suppliant in den Jaare 1696 alhier is

Sluiten