Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een tractement ontfangen zal, de somm van een hondert carolij guldens te veertig grooten het stuk, welk alle halffjaaren betaalt zal worden, welk eerste half jaar verscheenen zal zijn den 9e November en zoo vervolgens successivelijk van halff jaar tot halff jaar, sóolange als hij hetzelve schoolmeesterampt zal komen waar te nemen.

11. Item zal hij Schoolmeester nog ontfangen van de Kerke van Maaslant voor zijn kerkedienste jaarlijks een gelijke somm van een hondert guldens, waarvan alle vierendeel Jaars het een vierde part betaalt zal worden.

12. Alsmeede zal hij Schoolmeester van dezelve Kerk jaarlijks nog ontfangen voor het afstoffen van het houtwerk de somma van dertig gulden, voor het luyen de somma van seeven gulden tien stuyvers, voor vastenavont-gelt de somme van een gulden, voor 't aansteeken der kaarsen vijff gulden, voor 't waarneemen van tafelgoet eene gulden tien stuyvers, en voor 't op- en afhangen der kroonen wanneer zulks gedaan wort eene gulden.

13. Nog zal den Schoolmeester jaarlijks van de meesters van de H. Geest-armen ontfangen wegens de kinderen die van den armen ter schoole komen te leeren gelijk zijn andere discipelen jaarlijks veertien gulden buyten en behalven de leverantie van boeken, pennen en inkt voor dezelve kinderen.

14. En zal hij, Schoolmeester, Jaarlijks nog genieten van de diaconie-armen alhier als wanneer hij ter requisitie van de Kerkenraat komt te schrijven de Diaconie-reeckeningen en wat daartoe behoort de somme van neegen gulden en tien stuyvers.

15. Wijders zal hij, Schoolmeester, nog ontvangen van ijder kint (exempt die van den armen en aalmoesen leeven) ter weeke: die leere schrijven, twee stuyvers; die niet schrijven maar alleen leeren leesen eene stuyver; de avontscholieren twee stuyvers met een kaars en die cijfferen drie stuyvers.

16. Den Schoolmeester zal ook hebben de vrije bewoninge van het school en annexe huysinge, soo voor zig selven alssijne Famillie en huysvolk, alsmeede van de kinderen, die bij hem mogte komen thuijs te leggen omme geleert en onderweezen te worden, alsmeede het vrije gebruijk van den thuijn, soodanig en in dier voegen als zijn voorsaetjacob Tulp het zelve genooten heeft.

17. Item zullen geen bijschoolen mogen worden opgerigt, nog

Sluiten