Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII.

Benoeming van Ary Harreman tot origineel schoolmeester van Maasland: 1795. — Vergelijkend examen. — Conditiën en Voorwaarden, waarop die benoeming geschiedde. — Vooruitgang in zake het onderwijs. — De Municipaliteit ontneemt meester Harreman zijn extra-salaris. — De belangstelling in het onderwijs neemt toe. — Schoolopzieners. — Schoolfondsen. — Men wil te Maasland van een schoolfonds niets weten.

Niet lang heeft meester Tulp zijn functiën alhier waargenomen; hij stierf in 1757 en kreeg Adam Adriaan van Arle tot opvolger, die tot 1777 zijn betrekking bekleedde, het bijltje erbij neerlei, later in het college van Zetters werd gekozen en tot rentmeester van de Kerkvoogdij der Ned. Herv. gemeente benoemd werd. Meester Willem Wiltschut was zijn opvolger en bleef dit tot 1795, toen hij om zijn orangistische meeningen werd afgezet '). Nu werd er natuurlijk — want 't begon zoo langzaam aan al Fransch te worden, wat de klok sloeg — naar een schoolmeester uitgezien, die op de vraag: „Parles-vous francais, monsieur?" met „Oui, messieurs", kon antwoorden. Uit de sollicitanten werd een viertal opgeroepen om op 15 Oct. 1795 in het „regthuis" van Maasland

!) Of er nog andere redenen waren? In de vergadering van Schout en Zetters d.d. 7 Maart 1788 „stond binnen Willem Wiltschut, schoolmeester, klagende, dat hij voor kerkmeesteren geciteerd en daar gecompareerd zijnde, was ontsegt om (voortaan) op het uurwerk in den tooren te passen, vermids hij hetzelve niet behoorlijk waarnam. En verzogt hij dit College „desweegends meede te mogen worden gemaintineerd." Schout en Zetters konden natuurlijk niet anders zeggen, dan dat deze kwestie buiten hun competentie lag.

Sluiten