Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Elk kind zal gedurende iederen schooltijd tweemaal moeten opzeggen.

„De kinderen, die „overblijven", zullen hun boterham in het schoolhuis opeten, en de meester zal zorgen, dat zij behoorlijk bidden en danken.

„De schoolmeester zal ook avondschool houden, al ware het, dat er maar 3 of 4 personen zich daarvoor aanmeldden.

„Hij zal viermaal per jaar de schriften der leerlingen bij de municipaliteit inleveren, die daaruit de vorderingen der leerlingen zullen nagaan.

„Hij zal de kinderen, aan zijn zorgen toevertrouwd, in de vreeze des Heeren en goede manieren, zoo binnen als buiten de school, oefenen '). Hij zal hen moeten leeren ouders, overheden en alle eerlijke lieden behoorlijke eer en hoogachting te bewijzen.

„Hij zal gedurende den schooltijd behoorlijk gekleed zijn en niet rooken.

„Daarentegen zal de schoolmeester ontvangen voor salaris 100 Caroli gulden tot 40 grooten het stuk, benevens vrije bewoning en het gebruik van school en annexe huizing. 2)

„Van elk kind zal hij ontvangen, uitgezonderd de armen, voor schrijven en cijfferen 3 stuivers, voor Fransch 2 stuivers, enkel lezen P/2 stuiver; avondscholieren nog daarenboven 2 stuivers en

Dat het bij de jeugd van voor honderd jaar ook niet een en al „brave Hendrik" was, bewijst de Vergadering der Municipaliteit, d.d. 12 October 1810, waarin over de „baldadigheid der straatjeugd" geklaagd en besloten werd de volgende bekendmaking te „afficheren":

„Alle ingezetenen zullen hun kinderen tot stilte en bedaardheid en goede rust aanmanen, vooral om geen straatschenderijen te doen, geen doorpasseerende Militairen of Vreemdelingen te beleedigen, zooals gebeurd is. Als 't weer gebeurt, zal kennis gegeven worden aan den Hoog Bailliuw van Delft, met verzoek zoodanige baldadige straatschenders en rustverstoorders in beslooten gevangenis te brengen, ten voorbeeld voor anderen".

2) Eerst later bij den dood van den oud-meester Willem Wiltschut is Arij Harreman ook voorlezer en -zanger bij de Herv. Gemeente geworden, met vrij gebruik van het tuintje, waaromtrent kwestie was bij de benoeming van meester Jacob Tulp. Ook meester Barnouw vroeg en verkreeg d.d. 13 Febr. 1841 het vrije gebruik van dit tuintje, hetwelk nog een emolument van het voorlezerschap uitmaakt.

Sluiten