Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Odober 1802 werden aan de beste leerlingen boekjes uitgedeeld. Zes kregen een boekje van 3 stuivers en evenveel een van l*/2 stuiver. En dat de belangstelling in het onderwijs toenam, werd hierdoor bewezen, dat de Schout, Pieter Coenraad de Coningh de prijsjes zelf uitdeelde.

Ook op andere wijze toonde zich die belangstelling. De luchtverversching liet in de school te wenschen over; meester vroeg meer lucht en kreeg ze.

En toen 6 Augustus 1802 meester Harreman we slaan

het notulenboek der municipaliteit van dien datum open en lezen:

„Stond binnen Ary Harreman, verzoekende le dat ingevolge de algemeene schoolverordening de plaatsen der scholieren aan de schooltafels mogen genommerd worden, hetwelk geaccordeert is — 2e een bort zwart geverfd teneinde de kinderen der 1ste klasse daarop te leeren spellen en daartoe mede de benoodigde letterborretjes van blik, en 3e dat er een schoolexaminatie mag plaats hebben en hem de tijd daarvan mag worden bekend gemaakt, teneinde den schoolopziener Spoelstra ingevolge deszelfs verzoek daarvan communicatie te geven, ten einde daarbij te adsisteeren."

Op 20 Augustus 1802 had de school-examinatie plaats. „Met genoegen werden de pogingen van den schoolmeester en de vorderingen der jeugd opgemerkt." Aan de jeugd werden geld

en boekjes uitgedeeld en aan den schoolmeester ???

* *

Zooals we gezien hebben was meester Harrëman benoemd op een vast salaris van 100 Caroli guldens van 40 grooten elk, benevens „een honderd gulden extra belooning buiten het Reglement en Conditiën, hetwelk hem zoo van weegends de Municipaliteit als van particuliere personen uit hun privé beurs beloofd (was)." Ook, zooals we lazen, een jaarlijksch douceur van f 25.— Tot April 1804 had de uitbetaling van dit salaris, zoover we konden nagaan, geregeld plaats. Maar in die maand werd „met meerderheid van stemmen geresolveerd de resolutie waarbij aan den schoolmeester Ary Harreman f 100.— extra-

10

Sluiten