Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

Hedendaagsche verlichting. — Een stukje lichthistorie. — De verlichting te 's-Gravenhage in 1678. — Er worden te Maasland (1797) negentien lantaarns „gesteld". — Men besluit (1804) de lantaarns alleen bij donkere maan te laten branden. — „3 Junij 1808": het licht gaat uit. — De „ellendige staat" der wegen zal verbeterd en wederom lantaarns gesteld worden (2 Dec. 1808). — Kosten daarvan en hoe die gedekt zullen worden. — Het Gemeentebestuur klaagt over den slechten toestand der wegen. — Wat de Quartier-drost van Rotterdam dit bestuur op het gemoed drukt.

©3

Van de verlichting in figuurlijken naar die in eigenlijken zin is de afstand niet groot.

Verlichting!

Er is hedendaags geen verschil meer tusschen dag en nacht. Hoe tooveren in de winkelstraten onzer groote steden ontelbare gloeikousjes een firmament van kunststerren; hoe straalt het zonnige acetyleengas en hoe majestueus schijnt het blauwige licht der electriciteit. En als wij, geblaseerde menschen der twintigste eeuw, zelfs met ontzag vervuld staan voor den genialen arbeid op het gebied van licht en verlichting, welke gevoelens zouden dan een zeventiende of achttiend' eeuwer niet bestormd hebben, als hij op aarde teruggekomen, zich van alle kanten beschenen zag door die duizenden geheimzinnige lichtoogen! Want inderdaad de sprong van een vetkaars op het gloeikousje is een groote.

We willen, vóór over de verlichting op Maasland te spreken, een klein stukje lichthistorie geven.

De oudste lichtdrager zal wel de fakkel zijn; maar al heel

Sluiten