Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXI.

„Die goeie ouwe tijd": „er wordt kwaad vleesch geslagt"; er zijn menigvuldige kroegen, „er worden onbehoorlijkheden in deselve gepleegt". — Aanvragen om een kroeg te houden (1770—1774).

Iets over de geneeskunst in de vorige eeuwen. — Klachten van verschillende SPECTATORS. — De „Commissie van geneeskundig bestuur" (1802). — Bevordering en meerdere verspreiding der vaccine. — Acte van aanstelling voor Adriana van Erhee tot „vroetwijff" van den „Dorpe en Ambagte van Maasland".

„Die goeie ouwe tijd!" zal misschien deze of gene, na het vorige hoofdstuk te hebben gelezen, ietwat meesmuilend uitroepen. We zijn geen bewonderaars — quand même van den tegen-

woordigen tijd, maar niets menschelijks bleef ook in de

vervlogen eeuwen het menschdom vreemd. De lezer wil wel eens inzage nemen van de keure ofte ordonnantie d.d. 1 November 1771 door „Schout en Setters van Maasland" uitgevaardigd:

„Alsoo Schout en Setters van den Dorpe en Ambagte van Maasland, verscheyde klagten zijn voorgekomen dat in plaats van goed vleesch verkogt, kwaad vleesch geleeverd werd, soo is 't dat dezelve alle bedriegerijen en onbehoorlijkheden willende voorkomen, hebbende gekeurt en geordonneert, sooals zij keuren en ordonneeren bij dezen: Dat niemand der vleeschhouwers of slagters eenig rundvee nog varkens, schaapen, lammeren, bokken of geijten zullen mogen slagten omme te verkopen, voor en aleer deselve levendig en dood door den aangestelden keurmeester Gerrit Stelman zullen zijn gezien en beschouwen, en wanneer hij mogt bevinden, dat soodanige beesten niet gebruykt behoorden

Sluiten