Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een visite, een bedrag voor het midden der achttiende eeuw vrij hoog, maar het practiseeren van chirurgijns, apothekers en zoogenaamde paardendocters deed aan de eigenlijke geneesheeren veel kwaad. „De meeste chirurgijns — dus schreef De Denker — hebben onder het baardschrappen de eerste gronden hunner kundigheden gelegd, en een paar togtjes ter zee op 's lands schepen gedaan hebbende, zijn zij zoo goed als de beste, en zetten zich in steden en dorpen neer, hangende een groot uitstekend bord met een blauwen grond en gouden letters, chirirgijn en breukmeester daar op geschreven, uit. Dit slag van volkje neemt de doctoren, zelfs de beste, die lang en wel gestudeerd hebben, de practijk voor den neus weg en bederven duizend menschen voor (heel) hun leven: indien zij hun al niet de genade bewijzen van hen naar de andere waereld te helpen".

Nog in 1790 werd er voortdurend en bitter geklaagd over de genees- en heelkundigen ten plattelande. Doorgaans opgeleid in scheerwinkels, deden zij ook toen nog veelal een examen als scheepschirurgijn, om na een paar reizen naar Groenland of Indië, op een of ander dorp een chirurgijnswinkel te koopen. Op sommige plaatsen werd een voorafgaand onderzoek gevorderd, maar dikwijls wisten zij, die examineerden, er even weinig van, en was het heele examen niet anders dan een extra voordeel voor de beurzen der ambachtsheeren of schouten. *)

Maar daar kwam onder de Bataafsche Republiek verbetering. Er werd in 1802 voor elk departement een commissie van geneeskundig bestuur benoemd. En een der eerste daden was het „opvragen en inzien der afgelegde examens van chirurgijns en vroedvrouwen". Zoo lezen we, dat de chirurgijns Pieter Kooy en Nicolaas Montenaken in 1802 hun diploma's als chirurgijn ten rechthuize de Pijnas inleverden. Hoe dat onderzoek afliep, de archieven zwijgen er over.

Onder Koning Lodewijk Napoleon werd 25 November 1808 een koninklijk decreet uitgevaardigd, ten doel hebbende de bevordering en meerdere verspreiding der vaccine. Elke drie maanden moesten de chirurgijns een lijst inleveren van hen, die in het afgeloopen tijdperk gevaccineerd waren. Werd iemand door

!) Bijdragen tot het menschelyk geluk III: 436 v.v.

Sluiten