Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet er nog een keer heen om „burger B. den Exter mede te deeien, dat hij voor de municipaüteit compareeren zal en alles overgeven, zich aldus voor kwade gevolgen hoedende". Op 9 Maart d. a. v. komt de Schout, vergezeld van eenige gewezen Zetteren en stelt alles aan de municipaliteit ter hand.

Toen een en ander eenmaal in orde was, werd besloten een „rijszak" te laten maken, opdat bij vergaderingen de „geregtsbode" de noodige bescheiden kon overbrengen

Intusschen waren de twee maanden ten einde, waarvoor de verschillende functionarissen voorloopig benoemd waren. Men zat er mee hoe verder te handelen. Besloten werd een schrijven te richten aan het „Committee van Voorlichting ') tot het werk van remotie en regeeringsaanstellingen in de Steden en ten platten lande van Holland". „Wij bevinden ons — aldus het schrijven — buiten de mogelijkheid om een genoegzaam aantal personen te kunnen kiezen tot deze ambten, daar de Ingezectenen meest allen aanklevers van het Huis van Oranje zijn." Als antwoord volgde spoedig: „Extract uit de Decreeten van het Committee van voorlichting en bestuuring der Remotiën en regeeringsaanstellingen in de Steeden en ten platten lande van Holland. De municipaliteit van Maasland zal binnen acht dagen de burgerij hebben op te roepen en geregeld af te vragen of er ook iemand is, die tegen de tegenwoordige regeering of hun ministers iets heeft in te brengen, met last om zich binnen acht dagen te declareeren. Wij rekenen er op — aldus eindigt het schrijven van het „Committee" — ten spoedigste van u bericht te ontvangen."

Tegen 1 Mei zouden alsdan alle „schot en lot betalende burgers in de groote Kerk opgeroepen worden om te verklaren of zij iets, en zoo ja wat tegen de tegenwoordige regeerders hadden in te brengen. De Schout met vier leden der municipaliteit, voorafgegaan door den „geregtsbode", begeven zich op genoemden datum naar de kerk, waar zij twee personen vinden, ten aanhooren van wie de secretaris de Coningh een „stuk voorleest". Zeer waarschijnlijk hebben de twee aanwezigen daar ja en amen op gezegd;

i) Dit „Committee" ontleende zijn macht aan een benoeming van de „provisioneele represententen van het volk van Holland."

Sluiten