Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Compagnieschap van negotie" (de leverancierster van tarwe en haver) gaf geen crediet meer meer en wilde penningen zien. Twee associé's dier vereeniging vervoegden zich op 2 October 1795 ten rechthuize en wenschten „gave betaling" van een som, groot f 2526.—, wegens geleverde tarwe en haver aan het Dorp en Ambacht van Maasland ten behoeve van de Fransche cavallerie, te Maassluis in kwartier. Daar er niet was, verzocht de municipaliteit uitstel van betaling tot ultimo December 1795, voor welk uitstel een rente van 5 ten honderd zou vergoed worden. Bovendien verlangde de „Compagnieschap", dat al de leden van de municipaliteit „zich in persoon en in privé gezamenlijk en eenieder (zou) verbinden bij een behoorlijke acte van borgtocht ten genoegen van genoemde vereeniging". „Welke propositie — dus lezen we in de notulen op genoemden datum, hoezeer hachelijk voor de leden der municipaliteit, die daartoe niet gehouden zijn, toch door hen aangenomen en beloofd is te zullen nakomen, aan het volk willende toonen wat moeite en zorg, ja bekommering door de leden der municipaliteit op zich genomen wordt, teineinde, is het

mogelijk, geen lasten of bezwaar op den Burger te leggen."

*

* *

Waren de requisitiën voor de „Fransche armée" een last en een duur zaakje daarbij, ook de veelvuldige inkwartiering kwam het hare bijdragen, of liever vragen. Pas waren de „vrijheid, gelijkheid en broederschap" geproclameerd, of op 19 Januari 1795 kwam bericht van „Burgemeesters en Regeerders der stad Delft" in, dat 35 man met 85 paarden op weg naar Maasland waren, om ingekwartierd te worden. En op 7 Maart d. a. v. deelde Secretaris De Coningh in de extra-ordinaris vergadering mede, dat 200 man gardes te voet op weg waren om hier kwartier te vinden. Het liep ten slotte zoo de spiegaten uit, dat de municipaliteit in Sept. 1795 besloot aan het „Committé daar de Patenten voor de Militairen worden afgegeven" te vragen „of bij de Fransche generaals te verzoeken, van Fransche inkwartiering bevrijd te zijn." Maar reeds op 3 Juli te voren was een „rekest geconcipiëerd om van de militairen ontlast te worden." Of een en ander geholpen heeft? Op 25 Maart 1796 kregeii we weer inkwartiering en wel van drie compagnieën jagers te voet. Of de Maaslander met den militair wel eens op voet van oorlog stond? Dit is zeker, dat

Sluiten