Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Holland bij de municipaliteit erop aangedrongen een commissie uit Zetters en Schepenen saam te stellen, om te onderzoeken wie niet genoegzaam in de reeds gepasseerde fourneeringen enz. had bijgedragen, „zullende zij, die in gebreke blijven, aangeteekend worden en zich voor de gevolgen te wachten hebben."

Vooral in de eerste jaren der Bataafsche Republiek volgde de eene negotie op de andere; vrijwillige en gedwongen; negoties van 5, zelfs van 6 pCt. Waar later eenvoudig met assignaten betaald werd, is het geen wonder, dat sommigen lang naar hun schoenen zochten. Maar het eind was betalen.

En klagen of doleeren hielp niet veel. Zoo was in 1808 tot het geheele land een petitie van 3 millioen gulden gericht, waarvan Maasland f 7375.— zou moeten opbrengen. Het gemeentebestuur besloot te doleeren, en Schout de Coningh toog naar Den Haag, om bij de landsoverheid te informeeren, of die doleantie in goede aarde zou vallen. „Klaag maar niet — zoo luidde het bescheid — het zal u toch niet baten."

Doch het waren niet enkel fourneeringen en negoties en petities in geld, die verzocht of geëischt werden; daar moest ook met gouden en zilveren voorwerpen gefourneerd worden. „Op de zilversmidsgildekamer van Delft — zoo lezen we in een bekendmaking van Mei 1795 — zal van 9—1 en van 2—7 door de daartoe aangestelde zilversmid worden gevaceerd tot het wegen en taxeeren van alle zoodanig goud en zilver als ingevolge publicatie van de provisioneele representanten van het volk van Holland, ten behoeve van den Lande moet worden gefourneerd en opgebracht. Mits contant geld fourneereide, kan men na taxatie goud of zilver, waarop men bijzonder gesteld is, behouden."

Ja zelfs, zoo besloten dezelfde provisioneele representanten, zouden Diaconieën en Armhuizen, die tot nog toe van het betalen van belasting verschoond gebleven waren, hun „impositiën" te betalen hebben. Op aanvraag van verschillende diaconale en andere armbesturen, werd bepaald, dat de municipaliteiten telken drie maanden de opgebrachte sommen, zoo gemelde Diaconieën en Armhuizen bijkans niet machte waren oin aan hun verplichtingen te voldoen, konden teruggeven. Maar voor andere particuliere gestichten ad pias casas gold dit niet. En zoo lezen we dan ook: „de Administrateurs der Diacony en Weesarmengoederen

Sluiten