Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkheid en broederschap" de hemel op aarde zou nederdalen» och oordeelden de „provisioneele representanten van het volk van tHolland" het beter, de tijdsomstandigheden in aanmerking genomen, de kermis, die op Sinte Maria Magdalena's dag (22 Juli) inviel, niet te laten doorgaan. En in dien geest schreven zij de municipaliteit van Maasland aan. Deze, gehoor gevende aan dien wensch, besloten geen kermis te laten houden, maar een paardenmarkt te organiseeren. Drie jaar lang is die gehouden, en telkens werden een tweetal zilveren sporen uitgeloofd voor hem, die de meeste paarden ter markt bracht. En om een en ander niet op een kermis te doen gelijken, werd geordonneerd: „er zullen geen poffertjes- of wafelkramen, wel „koekstallen" toegelaten worden."

Veel succes heeft de Maaslandsche paardenmarkt blijkbaar niet gehad. In 1797 stonden slechts 21 paarden aan de lijn en na dat jaar lezen wij van die markt niet meer. Maar de Maaslandsche kermis werd, toen de tijdsomstandigheden wat beter werden, in eere hersteld, tot ook hier dit „kind van vrome ouders" — zooals de Rotterdamsche burgervader dit aloud volksvermaak betitelde — in het laatste kwart der vorige eeuw ten grave werd gebracht.

Sluiten