Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en sedert bekend wa6 onder den naam van de commanderij van Maasland, waarvan de zoogenaamde Commandeurshof te Maasland nog een overblijfsel is." ')

De „afschriften en aanteekeningen" uit het bovengenoemde werk zijn de volgende:

Afschriften en Aanteekeningen uit het werk, getiteld: „Archieven der Ridd. Duitsche Orde, balie van Utrecht", met medewerking van mr. P. Verloren van Themaat, uitgegeven en toegelicht door Jhr. J. J. de Geer tot Oudegeen. Utrecht 1871, in twee gedeelten.

Inleiding.

Geschiedenis der Ridderlijke Duitsche Orde, balie van Utrecht.

Het beleg van Damiate in 1218, waarbij Gerard, Graaf van Gelder, Willem I, graaf van Holland en Otto II, Bisschop van Utrecht, met een keur hunner Edelen en Ridders tegenwoordig waren, heeft den grondslag gelegd tot oprichting der Ridderlijke Duitsche Orde, balie van Utrecht.

Zie Hoofdst. III, bl. XXXVII en XXXVIII.

Aan verschillende leden van het grafelijk stamhuis van Holland en verder aan een Diederik, genaamd van Delft, een Hendrik van Voorne, burggraaf van Zeeland, een Jan Persijn, heer van Waterland en anderen had het Duitsche huis van den Hofdijk of de latere commanderij van Maasland haar oorsprong en uitbreiding te danken. Graaf Willem II van Holland, die daarna Roomsch Koning werd, schonk reeds in het jaar 1241 aan de Duitsche Orde in het Oosten het patronaatsrecht der kerk van Maasland. 2) Daarbij voegden in 1243 zeker ridder Diederik, genaamd van Delft of Coldenhove en Hadewied, zijn echtgenoote, al hun leen en eigendommen, burgerlijke rechten, manschap, hoorige lieden en onroerende bezittingen. Jonkvrouwe Richarda van Holland

J) Men vergelijke hiermede, wat we op blz. 16 en 17 hierover schreven.

2) Deze schenking geschiedde in tegenwoordigheid van Baldwijn, Graaf van Bentheim, Florekijn, broeder van Graaf Willem en later voogd van Holland, Willem van Teilingen, Nicolaas Persijn, Diederik van Wassenaar en Hugo, genaamd Friso.

Sluiten