Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begiftigde vervolgens het Duitsche huis met de landgoederen bij Delft, welke de verkoren Roomsch-koning Willem in het jaar 1247 aan deze, zijn moei, had geschonken, >) terwijl eindelijk graaf Floris V daaraan de goederen aan den Hofdijk overdroeg, waarop de orde nu het zoogenaamde Duitsche Huis ten Hofdijk stichtte, dat ook de moederkerk van Maasland met haar dochters, de kapellen van de Lier en Schipluiden in zich bevatte. 2) De Duitsche ridders, die over dat huis gesteld waren, droegen aanvankelijk den naam van Commandeur van den Hofdijk, en niet van Maasland, totdat het Duitsche huis ten Hofdijk in 1365 bij toestemming van Hertog Albrecht van Beyeren, als Ruwaard van Holland, afgebroken en nabij de kerk van Maasland werd verplaatst. Bij die gelegenheid werden de goederen aan den Hofdijk en ook de tot dusver daarop gevestigde Duitsche heeren onder het hoofdhuis bij Utrecht overgebracht, opdat daar te beter de godsdienst overeenkomstig den regel en de statuten der orde zou kunnen onderhouden worden, en eerst van dien tijd dagteekent de stichting der eigenlijke „Commandery van Maasland". 3)

Zie Hoofdst. 111, blz. XL1I en XLII1.

De Landcommandeur van Utrecht had de begeving van de pastorie en der kerken van de Lier en Schipluiden. Eerst werden die door de priesterbroeders der Orde en later ook wel door wereldlijke geestelijken op voordracht van den Landcommandeur bediend. Zulke pastoors der Duitsche orde waren dan wel in

!) Die gift geschiedde op 1 Maart 1247 te Rijnsburg, in tegenwoordigheid van verscheidene ridders en Diederik van Teilingen.

2) Het was in Juli 1245, dat Otto, bisschop van Utrecht, aan de Kerspellieden van Maasland,die woonden van de Lier tot aan de Maas en van Burgers(dijk) tot aan Naaldwijk, vergunning verleende om binnen die grenzen een eigen kapel met doopvont en begraafplaats te stichten. Die kapel werd naderhand tot een Kerspelkerk verheven, over welker patronaatsrecht de landcommandeur der balie van Utrecht later met Oijsbert van Nijenrode (1378—1386) en met de kerkmeesters en buren van de Lier (1483—1494) processen had te voeren, welke evenwel ten gunste der Duitsche orde werden uitgewezen.

3) 8 April 1351 neemt Willem, hertog van Beieren, graaf van Holland enz. den Commandeur van den Hofdijk en al zulk goed als deze in zijn gebied heeft liggen, onder zijn bescherming.

Sluiten