Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Boek.

OVER DE KENNIS VAN GOD DEN SCHEPPER,

HOOFDSTUK I.

Samenhang der kennis van God en van ons zeiven.

De geheele hoofdsom van onze wijsheid bestaat in twee deelen : de kennis van God en van ons zeiven. Deze beiden zijn nauw verbonden; welke 'teerst is, is moeilijk te zeggen.

Door de kennis van ons zeiven klimmen wij op tot de kennis van God, hetzij wij aanmerken de gaven en goederen ons geschonken, hetzij wij beschouwen den staat van diepe ellende, waartoe wij gevallen zijn. Hij is de Bron van alle goeden, Hij is de Volmaaktheid zelve. Zoo lang wij nu met ons zeiven onbekend zijn, d. i. met onze gaven tevreden, en onzer ellende onbewust of ongedachtig, zoeken noch vinden wij God. Onze rijkdom en onze armoede beide leiden ons op tot de kennis van God.

Maar ook is het waar dat de inensch nooit tot zuivere kennis van zichzelven komt zonder God te kennen. Een blik op de volkomene reinheid en vlekkelooze heiligheid van het Goddelijke Wezen leert ons eerst waarlijk onze onreinheid en onheiligheid verstaan. Dan eerst leeren wij ons diep vernederen over onze ongerechtigheid, dwaasheid en onvermogen. Niet het betrekkelijke moet onze maatstaf zijn, maar de volkomenheid.

Dan, hoewel deze beide zoo nauw verbonden zijn, moet de kennis van God 'teerst behandeld worden.

1

Sluiten