Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat beider godsdienst aangaat, die kan nooit de ware zijn en Gode behagelijk. Het bijgeloof dient zijn eigen zotheden en spot alzoo met God, Gal. 4:8; Ef. 2 : 12. En dat niet alleen als het meer goden, maar ook als het één God aanbidt. „Er is geen wettige godsdienst, dan die gepaard gaat met de waarheid." (Lactantius).

Zij dienen God ook niet uit het rechte beginsel. Zij naderen slechts tot God als zij moeten, huns ondanks, met een slaafsche en gedwongene vrees, die hun het oordeel Gods afperst. \ oor dat oordeel schrikken zij, maar verfoeien het tevens. Zij wenschen dat de vierschaar Gods vernietigd was. Zij vreezen zijne kracht omdat ze die niet kunnen ontvlieden. Ze staan dus vijandig tegenover den Heere. En toch oefenen zij vaak een zeker soort van godsdienst, maar een godsdienst, die slechts bestaat in eenige ijdele beuzelingen, waarmede zij Gods gunst trachten en meenen te verwerven; in plaats van Hem te dienen met een oprecht hart in heiligheid des levens. En zoo komen ze hoe langer zoo meer in stikdonkere duisternis te wandelen, zonder dat het zaad der ingeschapen Godskennis daardoor te niet gedaan wordt. Dit komt zelfs uit bij de spotters, die in benauwdheid tot God roepen.

HOOFDSTUK V.

De kennis van God is duidelijk in de samenstelling en gedurige regeering der wereld.

Daarenboven heeft God Zich in het geheele werkstuk deiSchepping en Voorzienigheid zóó geopenbaard, dat men de oogen niet kan openen of men wordt gedrongen Hem op te merken, wel niet zóó, dat men zijn onbegrijpelijk wezen kan doorgronden, maar zekere teekenen zijner heerlijkheid zijn in al zijne werken ingegrift, zoowel in de beneden- als in de bovenschepping, zoowel in het geringste werk afzonderlijk beschouwd, als in het gansche geheel; in het kleinste deel enkele vonkjes, in het geheel een overstelpende glans zijner heerlijkheid, Ps. 19 :1; 104 : 2; Rom. 1 : 19 j Hebr. 11 : 3.

Hemel en aarde getuigen veelvuldig van de groote wijsheid

Sluiten