Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des Bouwmeesters. Dit kan en moet vooral opgemerkt worden door hen, die de geheimen der natuur dagelijks bespieden, (Sterrenkundigen, Geneeskundigen, Natuurkundigen) maar behoeft ook volstrekt niet verborgen te blijven voor de bloote oogen der eenvoudigen en onwetenden.

Hijzonder ook het menschelijk lichaam is een zeldzaam bewijs van de macht, goedheid en wijsheid Gods. Om God te vinden behoeven wij dus niet buiten ons zeiven te gaan.

Hoe afschuwelijk ondankbaar is het dan dat de mensch dikwijls hetgeen hem God moest leeren kennen, aanwendt om den naam Gods te verdonkeren, ja zelfs te ontkennen dat er een God is. Velen stellen de natuur in de plaats van God, en onthouden alzoo Hem de eere door hunne lofspraken op de natuur.

Velen, omdat de krachten der ziel werktuigelijk zijn, binden haar zoo aan het lichaam, dat zij zonder het lichaam niet zou bestaan. Maar de krachten der ziel zijn volstrekt niet bepaald tot werkingen ten dienste des lichaains; zij heeft ook hare van het lichaam afgezonderde verrichtingen. De ziel heeft eene veelvuldige vaardigheid; zij doorschouwt hemel en aarde, ver bindt het verledene aan het toekomstige, bewaart in het geheugen wat zij vroeger gehoord heeft, maakt zich voorstellingen van wat zij wil, denkt en vindt vele dingen uit, enz. Uit al deze en andere dingen blijkt het aanwezen eener onsterfelijke ziel, die in alles op het aanwezen Gods ons wijst.

Alles in ons en om ons predikt dus zijn bestaan en deugden, en wekt ons op in Hem te gelooven, Hem te dienen en aan te roepen.

Op onderscheidene dingen kan voorts nog gewezen worden. Uit de grootheid der werken en de ontzaglijkheid der natuurtooneelen blijkt de groote kracht Gods. Uit zijne mogendheid volgt zijne Eeuwigheid. Terwijl ook zijne Goedertierenheid verspreid is over al zijne werken.

In zijne Voorzienigheid omtrent de menschen, bewijst Hij zijne weldadigheid en goedertierenheid jegens allen, bijzonder jegens de goeden, maar tegen de goddeloozen zijne strengheid. Hij houdt wraakoefeningen. Hij toont zich vaak een beschermer en wreker der onschuld. Deze eeuwige regel zijner rechtvaardigheid wordt niet verdonkerd wanneer het tegendeel soms plaats vindt. Wat God soms doet toont ons de regel, maar de

Sluiten