Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Schrift verwerpt den dienst van alle volken met hunne goden, en leidt ons alzoo tot den eenigen God. Wel is de eenheid Gods in aller harten ingedrukt (Just. Martyr), maar allen, ook de besten, zijn door hunne ijdelheid tot valsche verdichtselen afgetrokken en hebben de afgoden aangeroepen. Zelfs de verstandigsten stelden zich eene veelvoudige natuur van God voor. De waarheid Gods is dus door allen geschonden, en zij zijn niet te verontschuldigen, Hab. 2 : 20.

HOOFDSTUK XI.

Dat het ongeoorloofd is aan God eene zichtbare gedaante toe te eigenen.

Hoewel de Schrift, om het onwetende en grove verstand der menschen te hulp te komen, gewoon is op menschelijke wijze van God te spreken, zoo stelt zij zich toch tegen alle afgoderij en beeldendienst.

Een dierlijk onverstand heeft de geheele wereld bevangen, dat ze eene zichtbare gedaante van God begeeren. Dit is eene schending van de eere Gods. Exod. 20 : 4, „Gij zult u geen ...." God wil dus niet dat wij Hem onder eenige zichtbare gedaante zullen voorstellen ; hetzij zon, maan, sterren, dieren (Egypt.), menschelijke gedaanten (Grieken), of eenige gelijkenis. Hij verwerpt in dit gebod alle afbeeldsels en gelijkenissen. Die alle zijn onteeringen van Gods Majesteit, gelijk ook zelfs heidenen erkend hebben (Seneca).

Wel heeft Jehova soms zijne tegenwoordigheid onder teekenen vertoond (wolk, vuur, vlam), maar deze teekenen toonen tevens Gods onbegrijpelijk wezen, en zijn geschikt om ons van afbeeldingen terug te houden, Deut. 4 : 11. Mozes zelfs heeft Gods aangezicht niet mogen aanschouwen, Exod. 33 : 13 vv. De H. Geest verscheen wel onder de gedaante van een duif, maar dat teeken verdween ook weer onmiddellijk. Dat God somtijds onder de gedaante van een mensch verschenen is, was een voorspiegeling van de toekomstige openbaring in Christus. De Cherubim boven het verzoendeksel waren ook in geenen deele afbeeldingen van God. Ook de heidenen erkenden dit

Sluiten