Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze overweging van de werken Gods heeft ten doel : de deugden Gods op te merken, te erkennen, te verheerlijken. Er zijn zoovele wonderen van goddelijke almacht, zoovele teekenen van zijne goedheid, zoovele blijken zijner wijsheid, als eisoorten van dingen, ja als er dingen, groote en kleine, in de wereld aangetroffen worden.

En als wij eindelijk opmerken, dat God alles om den mensch geschapen heeft, hoe bezorgd Hij voor ons geweest is vóór dat wij geschapen en geboren waren, hoe Hij alles aan des menschen heerschappij heeft onderworpen — dan moet dit ons er toe leiden onze hoop en vertrouwen meer en meer te vestigen op zijne vaderlijke macht en goedheid, en van Hem in alle omstandigheden te verwachten, wat wij tot het leven en de godzaligheid noodig hebben — dan moet dit ons nopen tot bede en dank, tot liefde en gehoorzaamheid, vanwege zoo groote goedheid en weldadigheid.

HOOFDSTUK XV.

Hoedanig de mensch geschapen is.

Waarom hierover nu reeds gehandeld? Omdat de mensch in de schepping Gods heerlijkst werk is, en God niet recht door ons kan gekend worden, tenzij er de kennis van onszelven bij kome. Het is noodig duidelijk aan te toonen, hoedanig's menschen natuur uit Gods handen is te voorschijn gekomen, opdat den mensch alle redenen benomen worden God openlijk of heimelijk te beschuldigen als oorzaak des kwaads.

De mensch had oorzaak tot nederigheid zoowel als tot roemen in den Heere. Immers, voor een deel bestond hij uit stof en asch, maar ook ontving hij een onsterfelijken geest.

De mensch bestaat uit lichaam en ziel. De ziel is onsterfelijk, doch geschapen. Soms wordt ze geest genoemd, Pred. 12 : 7; Luk. 23 : 46; Hand. 7 : 59. Soms wordt er onderscheid tusschen ziel en geest gemaakt.

Sommigen beweren dat de ziel eene blazing of kracht zijnde, van God in de lichamen ingestort, geen zelfstandig wezen heeft. Calvijn wijst hiertegenover op het geweten, dat goed en

3

Sluiten