Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudige beschrijving geven tot opbouwing der godsvrucht. Hij kan niet meegaan met de onderscheidene verdeelingen der wijsgeeren, die altijd in den mensch eene rede verdichten, waardoor hij zich recht besturen kan. De vermogens der ziel zijn : verstand en icil. Het werk van het verstand is : onderscheid te maken tusschen de voorkomende zaken door goedkeuring of afkeuring; en het werk van den wil: te kiezen en te volgen hetgeen het verstand heeft goedgekeurd, en te vlieden hetgeen het afgekeurd heeft. Het verstand is als de leidsman en bestuurder der ziel; de wil ziet altijd naar deszelfs welbehagen om, en wacht in zijne begeerten deszelfs uitspraak. Calvijn begrijpt het gevoel onder het verstand.

Door deze voortreffelijke gaven heeft de eerste staat van den mensch uitgemunt. In dezen staat had de mensch een vrijen wil. Adam kon staande blijven, zoo hij wilde. Maar dewijl zijn wil naar beide zijden kon gebogen worden, en hem geen standvastigheid gegeven was om te volharden, is hij deswege zoo licht gevallen. Dat zijn wil veranderlijk was, en de kracht der volharding hem niet verleend was — dit stond aan Gods vrijmacht; wij behooren in deze wijs te zijn tot matigheid. De mensch heeft in elk geval zooveel ontvangen, dat hij niet te verontschuldigen is en vrijwillig zich den ondergang berokkend heeft.

Calvijn vindt dat velen hier het vraagstuk van de verborgene voorverordineering Gods ontijdig invoeren.

Tevens wijst hij op de dwaasheid der wijsgeeren, die in den puinhoop een gebouw zoeken, door nog een vrijen wil in den mensch te stellen. Dat de wijsgeeren dit deden is begrijpelijk, maar onbegrijpelijk is het van sommigen, die zich leerlingen van Christus noemen. De zoodanigen willen de gevoelens der wijsgeeren en de hemelsche leer vereenigen, en raken alzoo noch hemel noch aarde.

HOOFDSTUK XVI.

Van de onderhouding, bewaring en regeering.

Zoo wij deze niet erkennen, vatten wij niet recht dat God

Sluiten