Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Schepper is. Het vleeschelijk verstand gaat niet veel verder dan de erkentenis van God als Schepper; hoogstens erkent het daarbij eene algenieene werking (beweging, inblazing) Gods in alle dingen, doch niet eene Voorzienigheid tot in de kleinste deelen van het geschapene, gelijk het geloof erkent.

De Voorzienigheid Gods, in de Schrift geleerd, wordt gesteld tegenover het toeval. Aan zulk een toeval gelooven schier allen in alle tijden. Dit blijkt uit de praktijk des levens.

De ware discipel des Heeren zoekt de oorzaak verder, en gelooft dat alle dingen en gebeurtenissen door den verborgen raad Gods worden bestuurd. Zelfs de levenlooze dingen — schoon in ieder van dezelve deszelfs natuurlijke eigenschap is ingestort — doen evenwel hunne werking niet, dan voorzoover zij door de tegenwoordige hand Gods worden bestuurd. Zij zijn niets anders dan werktuigen, waarvan Hij gebruik maakt omdat het Hem zoo behaagt. Calvijn wijst op Gen. 1 : 3,11; van hoe groote beteekenis is de werking der zon, en toch was er vóór haar licht en plantengroei. Zie daarbij Joz. 10 : 13 (de zon stond stil op Jozua's gebed) en 2 Kon. 20 : 11 (de schaduw 10 graden achterwaarts). God zelf bestuurt dus haren loop en niet eene blinde aandrift der natuur. Denk ook aan de ongelijkmatige verscheidenheid in de regelmatige opvolging der jaargetijden enz., waaruit zeer duidelijk blijkt, dat ieder jaar, iedere maand en dag door een nieuwe en bijzondere Voorzienigheid Gods wordt geregeerd.

Gods almacht is eene waakzame, krachtige, werkzame; niet slechts een algemeen beginsel eener onbestemde beweging, maar die zich ook tot alle bijzondere bewegingen uitstrekt, zoodat Hij niet ledig maar gedurig in het handelen bezig is.

Die de Voorzienigheid Gods opvatten in dezen zin : alles naar een vrijen loop volgens de altijd durende wet der natuur laten drijven — berooven God van zijne eer, verkleinen de goedheid Gods jegens elk schepsel, en berooven zichzelven van eene nuttige leer. Door het geloof aan de Voorzienigheid Gods worden immers de onmatige en bijgeloovige bezorgdheden gestild. Of is God niet machtig het goede te schenken, het kwade te weren, en onze vijanden te beteugelen P

Voorzienigheid wil niet zeggen, dat God uit den hemel werkeloos aanziet wat in de wereld omgaat, maar dat God het roer

Sluiten