Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwaasheid en voorzichtigheid beide zijn middelen der goddelijke bedeeling aan beide zijden. Daarom heeft God alle toekomstige zwarigheden voor ons willen verbergen, opdat wij dezelve als onzeker zouden tegengaan, en niet zouden ophouden de middelen, die bij de hand zijn, daartegen aan te wenden, totdat zij öf overwonnen zijn, óf al onze zorg verijdeld hebben. De Voorzienigheid Gods is dus niet altijd naakt, maar vaak als t ware met de aangewende middelen bekleed.

Die beweren, dat dit in strijd is met de Voorzienigheid Gods, spreken even dwaas als zij, die de bedreven zonden (b.v. doodslag) een gehoorzamen aan Gods wil noemen en dus onstrat baar. Hij toch gehoorzaamt God, die zich richt naar zijn geopenbaarden wil in zijn Woord. Tegen zijn gebod te handelen is wederspannigheid. 't Is wel waar, zoo God het niet wilde zouden wij 't niet doen — maar wie doet het kwade om Hem te gehoorzamen ? en waar gebiedt Hij de zonde i ^ el zijn ook dieven, doodslagers, enz. werktuigen der goddelijke Voorzienigheid, die de Heere gebruikt om zijne oordeelen uit te voeren — maar, wat is dit anders dan dat Hij naar de oneindige grootheid zijner wijsheid booze werktuigen goed weet te gebruiken om goed te doen ? Het geweten der boosdoeners rechtvaardigt in deze God. Beeld : in een dood lichaam wordt de stank verwekt door de zonnestralen; en toch zegt niemand dat deze stinken.

Een Christelijk gemoed zal de oogen altijd richten op God als op de voorname oorzaak der dingen; en ook achtslaan op de ondergeschikte oorzaken naar de plaats, die zij innemen. Hij twijfelt niet of de bijzondere Voorzienigheid Gods waakt om hem te bewaren, en zal niets over hem laten komen dan wat hem ten goede en ter zaligheid strekt. Immers alle menschen en dingen zijn in 's Heeren hand. Bijzondere beloften, o. a. Ps. 55 : 23; 1 Petr. 5 : 9; Ps. 91 : 1 ; Zach. 2:8; Jes. 2G : 2; 49 : 15; vooral ook Matth. 10 : 29 vv. Treilende geschiedenissen, niet name wat het bestuur Gods over mensehen aangaat. Rebabeani en Achab worden verblind, zoodat ze niet meer kunnen begrijpen wat wijs en schrander is, 1 Kon. 12 en 22. Anderen worden verschrikt en verbaasd, zoodat ze hun voornemen niet kunnen, noch durven uitvoeren. Op een anderen keer wordt de uitvoering verhinderd, 2 Sam. 7 : 7,14 (Achitotel).

Sluiten