Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het wisselvallige Lot! Maar gelukkig het hart, dat door het licht der goddelijke Voorzienigheid niet alleen van die uiterste benauwdheid en vrees is ontheven, maar ook van alle bekommernis verlost! Zie hiervan Ps. 91 : 3 vv. Hoor hun vrijmoedige roemtaal, Ps. 118 : H; 27 : 3; 5fi : 5 enz. Te midden van alle onrust en beroering en doellooze slingering, van allen strijd en tegenstand, weten zij: de Heere regeert, zijn bestuur zal ons heilzaam wezen, geen vijand zal zich zonder Gods wil verroeren, Ps. 31 : ltï; Jes. 7 : 1 vv.; Ezech. 29: 4.

Kortom : het niet kennen der Voorzienigheid is het uiterste van alle ellende, haar te kennen het hoogste geluk.

Er zijn eenige Schriftuurplaatsen, die schijnen aan te duiden, dat de raad Gods niet vast en onwrikbaar staat, maar veranderlijk is naar de gelegenheid der ondermaansche dingen. Meermalen wordt gezegd dat God iets berouwt, Gen. (J : (i; 1 Sam. 15 : 11 ; Jer. 18 : 8. Eenige intrekkingen zijner besluiten worden verhaald, Jona 3 : 4, 10; Jes. 38 : 1, 5 vgl. 2 Kon. 2 : 1, 5. Eigenlijk berouw valt echter in God evenmin als onwetendheid, dwaling of onmacht. Dat het eene oneigenlijke wijze van spreken is, blijkt duidelijk uit het feit dat er als 't ware in éénen adem gezegd wordt, 1 Sam. 15 : 29 : „De Sterkte Israi'-ls zal niet liegen, noch door berouw worden bewogen ; omdat Hij geen mensch is, dat het Hem zou berouwen." Hetzelfde bevestigt zelfs Bileam, Num. 23 : 19. Wat geeft het dan te kennen? Niets anders dan hetgeen alle andere spreekwijzen willen zeggen, die ons God op menschelijke wijze beschrijven (b.v. toorn, grimmigheid). De beschrijving, die ons van Hem gegeven wordt, wordt naar onze vatbaarheid ingericht, opdat zij door ons verstaan worde, 't Geeft te kennen : eene verandering van zijne werken, omdat de menschen door het veranderen hunner werken betuigen dat zij hun niet behagen — maar zijn raad, wil en gezindheid worden niet veranderd. En wat de gevallen van Ninevé en Hiskia betreft (Jona 3 en Jes. 38), hieruit blijkt niet dat de besluiten Gods zijn herroepen, 't Is duidelijk, uit het zenden van Jona naar Ninevé en van Jesaja naar Hiskia, dat onder de eenvoudige verkondiging van Ninevé's ondergang en Hiskia's dood eene stilzwijgende voorwaarde begrepen was, en God de bedoeling had door die aan-

Sluiten