Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervolgons prijst Calvijn de ware nederigheid aan met eenige schoone aanhalingen, vooral uit Augustinus. Onze nederigheid is zijne hoogheid, de erkentenis onzer geringheid heeft zijne ontferming tot eene bereide hulp.

Augustinus heeft naar waarheid gezegd : „De natuitrlijke (jaren in den mensch zijn door de zonde bedorven, van de bovennatuurlijke is hij beroofd geworden." Bovennatuurlijke gaven zijn : het geloof, de liefde tot God, de liefde tot den naaste, de beoefening van heiligheid en gerechtigheid. Christus geeft ons die weder. Natuurlijke gaven zijn : verstand en wil. Deze nu zijn bedorven en boos.

Het verstand. Er is in hetzelve wel eenige kennis der dingen in 't gemeen ; een zekere begeerte om de waarheid na te speuren — wat in de redelooze schepselen in 't geheel niet gevonden wordt. Doch vooreerst vervalt zij licht tot dwaling, en ten tweede geldt het onderzoek in den regel noodelooze en niets beteekenende dingen, althans zelden en nooit ernstig de meest noodige dingen ....

Er bestaat eene kennis van aardsche en eene van hemelsche zaken. Tot de eerstgenoemde behooren : staatkunde, huishoudkunde, alle handwerken en vrije kunsten. In alle menschen is een zaad van burgerlijke orde gestrooid, zoodat ieder begrijpt dat wetten noodig zijn, en men 't over vele algemeene grondslagen der wetten eens is. Hiertegen bewijst niets, dat sommigen bandeloosheid in plaats van recht willen stellen, noch dat men vaak met elkander verschilt over de hoofdstukken der wetten; in een zekere hoofdzaak van billijkheid stemt men toch met elkander overeen. Voorts blijkt in den mensch te zijn een algemeen vermogen om vrije kunsten en handwerken aan te leeren en te volmaken door uitvindingen. Deze gave, aan allen gemeen, bezit de een in meerdere mate dan de ander. De een is zeer scherpzinnig, de ander is idioot. Uit de heidensche schrijvers is het verwonderlijk duidelijk met hoe uitnemende gaven het verstand des menschen nog is versierd, schoon het verdorven is. In hunne rechtsgeleerdheid, wijsbegeerte, redeneerkunst, geneeskunst, wiskunst enz. blijkt veel voortreffelijks. Dit alles is ook van God, want zijn Geest is de eenige bron der waarheid. Dat dit gaven des Geestes zijn, zien wij in Bezaleël en Aholiab. Maar woont de Geest dan niet alleen in

Sluiten