Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geloovigen ? Ja, de Geest der heiligmaking. Evenwel vervult, beweegt, versterkt God alles door de kracht van dienzelfden Geest, en zulks volgens de ingeschapen eigendominelijkheid van ieder geslacht. Daarom moeten wij die gaven ook in de goddeloozen opmerken en waardeeren. In de uitdeeling en besturing van die gaven blijkt dagelijks Gods almacht, vrijmacht, goedertierenheid, wijsheid. Homerus zegt: „Jupiter beweegt dagelijks de menschen." Zie ook Richt. 6 : 34; 1 Sam. 10:f>; 1<> : 13. Deze natuurlijke gaven zijn echter in den gevallen mensch verdorven, schoon zij eenige overgebleven teekens van Gods beeld zijn, die het geheele menschelijke geslacht onderscheiden.

Waar wat vermag nu de Rede in de kennis van heinelsche zaken ? Hiertoe behooren vooral drie stukken: 1. God te kennen. 2. Zijne vaderlijke gunst jegens ons, waarin onze gelukzaligheid bestaat. 3. Het richten van ons leven tot de gehoorzaamheid der wet. In alle deze drie zijn de verstandigsten blinder dan mollen. Wel hebben de wijsgeeren sommige dingen aangaande God en de wet verstandig gezegd ; toch heeft deze kennis, die hen zonder verontschuldiging stelde, hen niet tot de waarheid geleid. Zij was als een plotseling bliksemlicht in de duisternis. Tegenover enkele droppeltjes waarheid spraken ze vele en gedrochtelijke leugens. En wat het tweede betreft (Gods vaderlijke gunst) daarvan hebben ze zelfs nooit den geur ontwaard.

Calvijn wijst nu op vele Schriftuurplaatsen, die hij min of meer breedvoerig bespreekt: Joh. 1 : 4 „Het licht schijnt in de duisternisJoh. 1 : 13 „Niet uit.... maar uit God geboren ;" Matth. lb' : 17 „niet vleesch en bloed, mijn Vader heeft u dat geleerd." Onze natuur mist dus wat de heinelsche Vader zijnen uitverkorenen door den Geest der wedergeboorte toebrengt. Ps. 3(5 : 10; Joh. 3 : 27 ; 1 Cor. 12 : 3 „Niemand kan zeggen Jezus den Heere te zijn ...." Deut. 29 : 2 ; Jer. 24 : 7 ; Joh. (! : 44 „Niemand kan tot Mij komen, tenzij ... Zijn wij dan niet stokken en blokken in de betrachting der werken Gods, aangezien het verstand slechts zooveel wijsheid in geestelijke zaken heeft als het door zijne verlichting ontvangt? 1 Cor. 2 : 14 „De natuurlijke mensch begrijpt niet...." Vgl. 1 Cor. 1 : 20. Al onze geestelijke wijsheid is eene gave van

I

Sluiten