Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wil van den natuurlijken niensch is aan de heerschappij des duivels onderworpen, niet onwillig, gedwongen, maar zóó, dat dezelve, door de goochelarijen des satans betooverd, zich noodzakelijk aan hem overgeeft om zijne leiding op te volgen. Die de Heere niet verwaardigt met de regeering van zijnen Geest, geeft Hij naar zijn rechtvaardig oordeel aan de werking des satans over. 2 Cor. 4:4; Ef. 2 : 2. Daarom spreekt de Schrift van de werken des duivels. In den menschelijken wil is echter de grondslag van het rijk des satans, want zijn rijk is 'trijk der zonde.

Om de goddelijke werking in de zoodanigen aan te toonen, wijst Calvijn op wat de Chaldeën Job deden. De Chaldeën volvoeren het — blijkens het verhaal heeft satan in alles de hand — en Job erkent er het werk des Heeren in. Leidt dit niet tot verontschuldiging des satans, of tot beschuldiging van God ? In geenen deele! Er is toch onderscheid in doel en wijze van werken. In doel: des Heeren oogmerk is de lijdzaamheid van Job te oefenen ; de satan wil hem tot wanhoop brengen; de Chaldeën doen 't om onrechtmatig gewin. In wijze van werken: de Heere laat den satan toe Job te plagen; de Chaldeën, die Hij verkozen had om dit werk uit te voeren, geeft Hij in zijne hand; de satan port de buitendien reeds booze harten der Chaldeën door zijne vergiftige prikkels aan om deze wandaad te bedrijven ; deze storten zich woedend in ongerechtigheid, en maken zich aan de misdaad schuldig. De boosheid van den satan en den mensch komen dus hierin uit, doch ook de onkreukbare rechtvaardigheid Gods, daar desatan het werktuig zijns toorns is, om zijne rechtvaardige oordeelen uit te voeren.

De oude leeraars zijn in dit stuk vaak al te voorzichtig, uit vrees oneerbiedig van de daden Gods te spreken en voor de goddeloosheid de deur open te zetten. Calvijn ziet hier geen gevaar, zoo men eenvoudig vasthoudt aan wat de Schritt leert. Augustinus zelf zegt ergens : //de verharding en verblinding behooren niet tot de werking, maar tot de voorwetenschap Gods." Anderen spreken van ,/toelating." Maar noch voorwetenschap noch toelating verklaren genoegzaam uitdrukkingen als : //verblinden," //verharden," de harten wenden, neigen, bewegen enz. Dit geschiedt a. negatief, door het vermogen om te zien, te

Sluiten