Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer — 10. door op ongerijmdheden te wijzen, die er uit zouden voortvloeien — 2". door getuigenissen der H. Schrift.

1. Ongerijmdheden.

,/Indien de zonde noodzakelijk geschiedt, houdt zij op zonde te zijn, — en zoo zij vrijwillig gepleegd wordt kan ze vermeden worden." Op het eerste lid diene het volgende. Dat wij slaven der zonde zijn, is niet omdat God ons zoo geschapen heeft, maar komt door den val in het paradijs, aan welken afval van God alle menschen rechtens schuldig staan. Niemand kan zich dus voor God verontschuldigen. Vroeger is daarbij reeds bewezen, dat noodzakelijkheid en vrijwilligheid in deze gepaard gaan. En wat het tweede lid betreft, verwarre men toch niet vrijwilligheid en vrijheid.

,/Er blijft zoodoende geen grond voor loon of straf."

Geen straf — maar de schuld der zonde komt toch uit ons voort, en wordt gepleegd met eene gewillige begeerte. Geen loon — maar zegt Augustinus niet terecht, dat God niet onze verdiensten, maar zijne gaven kroont; dat de genade niet is uit verdienste, integendeel de verdienste uit genade? En waaruit leidt Paulus de heerlijkheid af? Immers uit de verkiezing, roeping, rechtvaardigniaking, Rom. 8 : 29; 2 Tim. 4 : 8; 1 Cor. 4:7.

,/Indien er geen vrije keus van goed of kwaad is, dan moeten allen kwaad of allen goed zijn." 't Is waar, allen zijn boos en tot verkeerdheid overgegeven, maar de verkiezing maakt immers dat er onderscheid is, zoodat ze niet allen in de boosheid blijven.

ffDe vermaningen zijn dan tevergeefs, waarschuwingen overtollig, bestraffingen bespottelijk." Zie Augustinus in zijn boekje Over de bestraffing en de genade, waar hij o.a. zegt: „O mensch, leer uit het gebod kennen, wat gij schuldig zijt te betrachten; leer uit de bestraffing kennen, dat gij door uwe verdorvenheid niet bezit hetgeen gij schuldig zijt: en leer uit het gebed kennen, vanwaar gij moogt ontvangen, hetgeen gij begeert te hebben." Zoo ook in zijn boek Ocer den Geest en de letter. Daar zegt hij o.m. dat //God de geboden zijner wet niet afmeet naar het inenschelijk vermogen, maar dat Hij, bevolen hebbende hetgeen recht is, zijnen uitverkorenen uit genade het vermogen schenkt om te volbrengen." Hoewel de Heere Jezus en zijne apostelen leeren, dat //zonder Hem niemand iets kan," dat ,/het

Sluiten