Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meene beginsel nooit uitgewischt onder het oude volk, zooals o.a. blijken kan uit Matth. '21 : 9, waar zelfs de kinderen zongen: ,/Hosanna den Zone Davids !" Vandaar ook Joh. 14 :1: ,/Gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij."

,/God is ons een Vader" — dit te bekennen is de eerste trap tot de godzaligheid — maar zonder Christus bestaat er geen zaligmakende kennis Gods — zonder Christus zouden wij, aardwormpjes, niet tot de Majesteit Gods kunnen doordringen. Daarom is het waar : „die den Zoon niet heeft, heeft ook den Vader niet," 1 Joh. '2 : '23. Zoo is dan der Heidenen en Mohammedanen (en Joden) kennis van God ijdel. Vandaar zijn ze ook tot allerlei grove en schandelijke bijgeloovigheden vervallen, waardoor hunne onwetendheid aan het licht komt.

HOOFDSTUK VII.

Waartoe de wet gegeven werd.

Uit het voorgaande kan men opmaken, dat de wet niet ten doel kon hebben het uitverkoren volk van Christus ai te leiden. Mozes was niet gesteld om de zegening Abrahams te niet te doen, veeleer om ze te bevestigen, gelijk hij het volk dan ook doorgaans dat verbond met Abraham herinnert. De uitwendige godsdienstplechtigheden (ceremoniën) toonen dit ook duidelijk, die, op zichzelven staande, gansch bespottelijk zouden zijn en zonder geestelijke beteekenis, even ijdel als de beuzelarijen deiheidenen.

God wilde blijkbaar zijn volk door al die ceremoniën hooger opleiden. Trouwens een geestelijke dienst alleen behaagt Gode. Vandaar eigenaardige opmerkingen der profeten aangaande den offerdienst. Voorts blijkt uit de genade die den Joden was voorgesteld, dat de wet niet zonder Christus was. Het groote doel toch van hunne aanneming, om nl. te zijn »een priesterlijk koninkrijk," Exod. 19 : (5, kon aan zulke zondeslaven en onreinen niet anders vervuld worden dan door eene meerdere offerande. Volgens 1 Petr. '2 : 9 zijn ze dan ook slechts in en door Christus //een koninklijk priesterdom."

Het oude volk is door die ceremoniën als bij de hand tot

Sluiten