Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorgen wat tot zijne rust kan dienen ; waken tot afwending van het schadelijke ; helpen in gevaar.

Niet alleen ons lichaam, maar ook ons hart wil God door dezen regel besturen. Ook de doodslag des harten (toorn, haat enz.) is verboden, en geboden de innerlijke genegenheid om het leven van onzen naaste te bewaren, 1 Joh. 3: 15, Matth. 5 : 22.

Dit gebod rust op tweevoudigen grond; de mensch toch is le. het beeld Gods, en 2«. ons vleesch. Laat ons dan Gods beeld niet schenden, en ons eigen vleesch koesteren en omhelzen.

En indien er nu zoo voor het lichaam gewaakt wordt, hoezeer moeten wij ons dan bevlijtigen om te bevorderen het welzijn der ziel, die nog veel kostelijker in Gods oogen is.

Zevende gebod.

Einde: alle onreinheid zij verre van ons weggedaan, nademaal God de reinheid bemint.

Inhoud: verboden — ons door eenige vuilheid of overdadigen lust des vleesches verontreinigen ; geboden — alle deelen onzes levens matig en kuisch inrichten.

Waarom noemt God met name „hoererij," „overspel," ,/echtbreuk" ? Hij noemt het schandelijkste om ons af te schrikken.

Op geslachtsgemeenschap is de mensch aangelegd. Dooide zonde hebben wij het gezelschap der vrouw dubbel noodig. Waar alle gemeenschap buiten 't huwelijk is vervloekt. Ieder moet zich hierin nu wel kennen. Die de gave der onthouding niet heeft (welke maar aan enkelen, en dan nog vaak voor een tijd gegeven wordt) make gebruik van het huwelijk, het van God verordende middel. Over de gave der onthouding zie Matth. 11) : 12 en 1 Cor. 7 : 7. Het ligt alzoo volstrekt niet in ieders vermogen, zelfs trots veel vlijt en inspanning, om in den ongehuwden staat de kuischheid te bewaren. Laat ons dan niet tegen God en de door Hem ingestelde natuur strijden, maar ons leven inrichten overeenkomstig de maat van ons vermogen, 1 Cor. 7 : 2, 9. Ook ligt in de onthouding op zichzelve niet de kuischheid ; daarom kan men inwendig wel van boozen lust branden.

Voor de echtgenooten in het huwelijk is matigheid noodig.

Sluiten