Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den. Zij waren „vreemdelingen op aarde," Hebr. 11 : 9 vv. Zij verwachtten iets anders, iets beters. De belofte van het aardsche Kanaiin zag verder. Waarom zou Jakob anders zoo sterk de eerstgeboorte begeerd en gehandhaafd hebben, zoo hij het oog niet had op een hoogeren zegen ? Wat zaligheid was er dan voor hem in het sterven ? Gen. 49 : 18. Wat heerlijkheid zou er voor Bileam in 't sterven van Gods volk geweest zijn, als met den dood alles ophield ? Num. 23 : 10.

Hoe menigmaal spreekt David van de ijdelheid en kortstondigheid des levens, en tevens van de eeuwige gelukzaligheid van Gods volk, Ps. 39 : 13: 108 : 17 vv.; 102 : 26. Als hij zingt van den voorspoed der geloovigen moet dat in den regel ook toegepast worden op de toekomstige heerlijkheid, Ps. 97 : 10; 112 : 4, 9, 10; 140 : 14; 112 : 6; 34 : 23. Onspoed en verdrukking zijn 't gewone deel der vromen hier beneden, doch hun einde is beter dan dat der goddeloozen, Ps. 73. Al schenen Gods beloften niet vervuld te worden, toch geloofden zij, dat eenmaal die tijd komen zou, Ps. 17 : 15; 52 : 10; 92 :13 vv. Dit alles moet dus wel op de toekomstige heerlijkheid zien.

Vandaar troostten zich de geloovigen met de kortheid van 's Heeren toorn en de oneindigheid zijner gunst, Ps. 30 : 6, hetgeen zij in hunne vele en lange verdrukkingen niet hadden kunnen doen, ware hun oog niet gericht geweest op de eeuwige zaligheid. Ook voorzagen zij den eeuwigen jammer der boozen na kortstondig geluk, Spr. 10 : 7; Ps. 110 : 15; 34 : 22; 1 Sam. 2 : 9; Ps. 69 : 29.

Zeer beslist sprak ook Job, hfdst. 13 :15, „Al doodde Hij mij, zoo zal ik toch op Hem hopen." En vooral cap. 19 : 25, „Ik weet mijn Verlosser leeft," enz. (laatste opstanding).

Tegenwerping: Slechts enkelen hebben zoo gesproken, zoodanige leer was echter bij de Joden niet algemeen.

Antwoord : Die enkelen spraken dat niet uit zichzelven, maar door goddelijk onderricht, en waren alzoo vanwege den H. Geest weêr leeraren des volks.

Bij de latere profeten worden nog klaarder getuigenissen gevonden. O. a. Ezech. 37 ; Jes 26 :19 ; 60 : 22 ; Dan 12 :1 enz.

Het O. Testament of Verbond is dus niet besloten geweest binnen de palen van de dingen dezer aarde, maar heeft in zich bevat de belofte van het geestelijke en eeuwige leven,

Sluiten