Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII.

Een ware menschelijke natuur heeft Christus aangenomen.

De waarheid der menschelijke natuur van Christus werd oudtijds bestreden door Manicheën en Marcionieten.

Marcionieten: Christus' lichaam was een bloote schim ; Manicheën: het was een heinelsch lichaam.

Vele klare getuigenissen van Gods Woord bewijzen de waarheid zijner menschelijke natuur. Heet Hij niet //het zaad van Abraham en Jakob" — (Gen. 22 : 18; 2fi : 4) — ,/de Zoon van David, de vrucht zijner lendenen" (Ps. 45 : 7 ; Matth. 1:1; Hom. 1 : 3, Rom. 9:5) — „de Zoon des menschen" Ps. 8; Gal. 4:4)? Had Hij niet honger, dorst, vermoeidheid enz. ? Moesten niet in ons vleesch de zonden der wereld verzoend worden ?

De Manicheën beroepen zich o. a. op 1 Cor. 15 : 47 : „Christus de tweede Adam, is uit den hemel hemelsch." 1) De Apostel spreekt daar niet van het wezen van een hemelsch lichaam, maar van eene geestelijke kracht, die, van Christus afvloeiende, ons levend maakt. Anders had ook de geheele bewijsvoering des Apostels geen zin (zie vs. 13). „Zoon des menschen" heet Christus, volgens Manes, in zooverre Hij aan de menschen beloofd was.

Ook zouden, beweren zij, de goddeloozen dan Christus' broeders zijn. (De vleeschelijke gemeenschap alleen maakt ons nog geen kinderen Gods.)

Christus had dan ook als „eerstgeborene" terstond uit Adam moeten geboren worden, („eerstgeboorte" heeft hier betrekking niet op den ouderdom, maar op den trap van eer en macht, Rom. 8: 29.)

Marcion beroept zich o. a. op Phil. 2 : 7, 8, „den menschen gelijk geworden; in gedaante gevonden als een mensch" — en legt dan natuurlijk nadruk op //gelijk" en „gedaante."

De nieuwe Marcionieten beweren, dat de vrouwen geen zaad hebben, zoodat Christus niet eigenlijk uit Maria is, en dus niet waarachtig mensch. Maria was dus niet meer dan een watergoot, waardoor Christus heengevloeid is.

1) Dit is eene andere lezing voor: ,/de Heere uit den hemel." Zie kantt op nat vers.

Sluiten