Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinsel, en waartoe zou de ziel van Christus derwaarts afdalen ter verlossing? Wel is Christus door de kracht van zijn Geest aan de zielen verschenen, opdat zij van de vervulling weten zouden. De gewaarwording van Christus' dood is echter aan de goddeloozen zoowel als aan de godzaligen tebeurt gevallen, ofschoon met onderscheiden eITect. Waarschijnlijk leert de Schrift dit in 1 Petr. 3 : 19.

Door wie of wanneer dit stuk in de Belijdenis ingevoegd is, doet weinig ter zake. Het stuk zelf moet schriftmatig verklaard, en is van groot gewicht.

Christus' lichamelijke dood zonder meer zou niets gebaat hebben. De Middelaar moest de strengheid der goddelijke wraak gevoelen, om daardoor den toorn te stillen en aan Zijn rechtvaardig oordeel genoeg Ie doen. Alzoo heeft Hij ook met de krachten der hel en de verschrikkingen des eeuwigen doods moeten worstelen.

Maar wordt zoo de orde niet omgekeerd? Neen! Eerst: wat Christus voor het oog der menschen geleden heeft. Daarna: het onzichtbaar, ondoorgrondelijk oordeel, dat Hij van Godswege heeft uitgestaan.

Bewijzen. Petrus spreekt van de „smarten des doods". Paulus gewaagt van zijne „vreeze", Hebr. 5 : 7. Zie voorts den ontzetteriden afgrond ons in Ps. 22 : 2 en Matth. 27 : 43 voorgesteld : „van God verlaten". Niet dat God ooit getoornd heeft op den Zoon, den Geliefde — maar Hij heeft in zijne ziel al de bewijzen der gramschap van een vertoornden en stralïenden God gevoeld. Calvijn wijst nog op Hebr. 2 : 15; 4 : 15, en eenige spreuken van Hilarius.

Was er dan „wanhoop" in Christus ? Zijne zwakheid was wezenlijk, doch zonder zonde, in alles binnen de palen van gehoorzaamheid. Wij zondigen lichtelijk in smart, vrees en schrik ; Hij niet. Hij bleef op God vertrouwen.

Is Christus voor den dood bevreesd geweest? Niet voorden dood alleen. Dan was Hij vreesachtiger geweest dan vele gewone menschen. Maar Hij had den strijd niet met den gewonen dood alleen. Hij zweette bloed. Engelen kwamen om Hem te troosten. Denk ook aan zijn driemaal herhaald gebed. Matth. 26 : 39.

Calvijn wederlegt nog de dwaling van Apollinaris en der Monotheleten, en zegt: „Christus heeft naar den mensch niet gewild, hetgeen Hij wilde naar zijne goddelijke natuur".

Sluiten