Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde Boek.

OVER DE WIJZE, WAAROP DE GENADE VAN CHRISTUS VERKREGEN MOET WORDEN, WELKE VRUCHTEN DAIRSIT VOORTVLOEIEN. EN WELKE WERKINGEN DAARUIT VOLGEN.

HOOFDSTUK I.

Dat de dingen, die van Christus gezegd zijn. tot ons voordeel gedijen, door de verborgene werking van den Geest.

len einde te deelen in zijne zegeningen, moet Christus de onze worden en in ons wonen. Wij moeten met Hem één worden. Hierbij nu moeten wij hooger opklimmen dan tot het geloot n.1. tot de werking des H. Geestes. Deze toch is de band, waardoor Christus ons krachtdadig met Zich vereenigt.

Dit blijkt uit vele teksten: Ef. 4:15; Rom. 8:29; 11 :17; Gal 3 : 27 enz. Dit blijkt ook hieruit, dat die H. Geest bijzonder aan Christus wordt toegekend en met zijn werk en de toekomst van zijn rijk verbonden. Er is sprake van „de belofte des H Geestes', Joël 3 : 1. Hij heet ,Geest der heiligmaking" - „Geest des Zoons" — „Geest van Christus". De tweede Adam is alzoo „een levendmakende Geest" 1 Cor. 15 • 45 Aan Hem is de vrije bedeeling van de gaven des Geestes geschonken Joh. 7 s 37; Ef. 4:7,- terwijl volgens 2 Cor.

niemand de liefde Gods en de genade van Christus smaken zal zonder „de gemeenschap des H. Geestes".

In verband met onze geheele verlossing, wordt de H. Geest genoemd a de „Geest der aanneming tot kinderen"; b het //pand en zegel onzer erfenis" ; c „water", dat vruchtbaarmakend zoowel als zuiverend is; d „olie, zalving"; e een „vuur"; f

Sluiten