Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene ,/fontein". Zie Rom. 8 : 15 — 2 Cor. 1 : 22 — Jes. 55 : 1 j 44 : 3; Joh. 7 : 37 ; Ezech. 36 : 25 — 1 Joh. 2 : 20, 27 — Luk. 3 : 10 — Joh. 4 : 14.

Wij moeten dus één worden met Christus, ons Hoofd, en dit geschiedt door de genade en de kracht des H. Geestes.

Hiermede strijdt niet, dat er zooveel aan het geloof wordt toegeschreven. De volkomene zaligheid is in Christus — dooiden H. Geest worden we zijns deelachtig — het geloot' is het voornaamste werk van den H. Geest. Joh. 1 : 12 ; Matth. 1(5: 17; Eph. 1 : 13; 2 Thess. 2 : 13; 2 Cor. 2 : (5 enz.

HOOFDSTUK II.

Natuur en eigenschappen des geloofs.

't Voorgaande blijkt nader uit eene duidelijke beschrijving van het geloof. Deze beschrijving is te noodiger, naarmate er meer dwalingen dienaangaande zijn.

Eene groote dwaling der scholastieken is dat alleen God het voorwerp des geloofs is. Ja, God is het voorwerp des geloofs, maar slechts in en door Christus, die het Licht, de Weg, enz. is. God zelf zou ver van ons verborgen blijven, indien de glans van Christus ons niet bestraalde. Door Christus gelooven wij in God.

Ook spreken zij van een //ingewikkeld geloof', d. w. z. als men zijn gevoelen maar gehoorzaam aan de Kerk onderwerpt, zonder iets van het voorwerp des geloofs te verstaan. Door dit verdichtsel wordt het ware geloof geheel en al vernietigd. Niet in onwetendheid, maar in kennis (van God en den goddelijken wil aangaande onze zaligheid) is het geloof gelegen. Zie o. m. lloni. 10 : 10 (gelooven en belijden), Joh. 17 : 3 (kennen). Ja overal leert de Schrift, dat de kennis met het geloot gepaard gaat.

Wel is het geloof in zeker opzicht ingewikkeld, vanwege de vele overblijfsels van onwetendheid, die nog in ons zijn. Denk aan de discipelen van Jezus vóór dat zij de volle verlichting verkregen hadden.

Ook kuu een ingewikkeld geloot heeten, wat eigenlijk niet

Sluiten