Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen. Maar waaruit kunnen de geloovigen (lan ontwijfelbaar alleiden, dat zij kinderen Gods zijn ? Alleen in de uitverkorenen is dat vertrouwen krachtig, Gal. 4: (5 zoodat zij volmondig roepen : //Abba \ ader Rom. 8. M. a. w. In hen bezegelt Hij grondig de genade der aanneming, opdat zij vast en bestendig zij. Ook is er bij de tijdgeloovigen meer vleeschelijke gerustheid, terwijl de oprechten zichzelven zorgvuldig en ootmoedig onderzoeken tot verzekerdheid des geloofs. De tijdgeloovigen komen niet verder dan tot een verdwijnend gevoel of gewaarwording der goddelijke liefde; een boom gelijk, niet diep genoeg geplant om levende wortelen te schieten, die bij verloop van tijd verdort, schoon hij gedurende eenige jaren niet alleen bloemen en blaren, maar ook vruchten voortbrengt.

Geloot wordt dus dikwijls genoemd wat eigenlijk geen geloof is, maar er slechts eenigen schijn van heeft.

Meer eigenlijk zijn andere beteekenissen van dit woord. Zoo wordt de geheele leer der godzaligheid geloof genoemd 1 Tim. 4 : 6; 3 : 9; 4 : 1, 6; 2 Tim. 1 : 16. Gezond in het geloof beteekent dan ook zuiver in de leer, Tit. 1 : 13; 2 :2. Ook beteekent het soms : de gaven tot het doen van wonderwerken, 1 Cor. 13 : 2; of heeft betrekking op een bijzonder voorwerp b.v. de genezing van dezen of genen, Matth. 8 : 10; 9 : 2.

Nu vervolgt Calvijn weer de beschrijving van het ware geloof (zie bovengenoemde definitie). Als wij het geloof eene kennis noemen, verstaan wij daardoor eene andere kennis dan die der zienlijke dingen, welke wij waarnemen of gewaar worden. Deze kennis is veel hooger; 's menschen verstand moet zichzelven te boven gaan en overtreffen, om tot dezelve te geraken. En ook dan is 't nog geen begrijpen. Dewijl de geloovige echter een vast gevoel heeft van hetgeen hij niet begrijpt, zoo verstaat hij door de zekerheid van dat vaste gevoel meer dan ot hij iets menschelijks begreep. Zoo noemt Paulus het geloof een //begrijpen van datgene wat de kennis te boven gaat", Et'. 4 : 18. Deze kennis is dus veel hooger dan alle verstand. Nochtans, dewijl God 't geopenbaard heeft (Coll. 1 : 2(5; 2 : 2), wordt het geloof terecht eene „kennis" genoemd, ja, door Johannes eene „wetenschap", 1 Joh. 3 : 2. Vanwege den aard

Sluiten