Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biedt wel de wet de rechte maatstaf, doch vanwege onze traagheid is ook het volgende niet overbodig.

Over het bleven van den Christen" is veel geschreven, vooral door de Ouden in hunne homilliën. Calvijn vergenoegt zich met het aanwijzen van een algemeenen regel om 't leven wel aan te leggen. Hij wil daarin beknopt zijn.

De H. Geest gebruikt in deze materie wel een zekere orde, doch niet zoo systematisch als de philosophen, die daardoor ijdele eer bejagen.

De Schrift doet tweeërlei : I. Scherpt ze ons de liefde tot de gerechtigheid in. II. Schrijtt ze een regel der gerechtigheid voor.

Redenen om de gerechtigheid aan te prijzen.

a. Onze God is heilig, Lev. 19 : 1 vv.; 1 Peir. 1 :10. Wij zijn met Hem vereenigd; door Hem geroepen ; getrokken uit de boosheid der wereld ; wonen in de heilige stad Gods of in het huis des Heeren, Jes. 35 : 8 enz.

b. Christus is ons ten voorbeeld gesteld, Hij, door Wien wij met God verzoend zijn. Ons leven moet Christus vertoonen.

c. Alle weldaden Gods zijn zoovele drangredenen. Ons kindschap, Mal. 1 : (»; Ef. 5 : 1; 1 Joh. 3:1. Onze reiniging door zijn bloed, Ef. 5 : 26; Hebr. 10 : 10; 1 Cor. 6 :11,15 ; 1 Petr. 1 : 15, 19. Onze inlijving in Hem, Joh. 15 : 3; Ef. 5 : 23. Hij ons hoofd in den hemel. Coll. 3 : 1. Wij tempelen Gods dooiden H. Geest, 1 Cor. 3 : 16; 6 : 19; 2 Cor. 6 :16. Hestemming van lichaam en ziel tot de hemelsche onverderfelijkheid, 1 Thess. 5 : 23.

Tot zoodanige argumenten klimmen de philosophen niet op. Ze gaan niet boven de natuur.

Ernstige terechtwijzing van hen, die in naam slechts christenen zijn en niet metterdaad. Het Evangelie is niet een leer om over dezelve met de tong te spelen, maar om naar dezelve te levén ; het wordt ook niet alleen gevat met het verstand en het geheugen, gelijk andere leeringen, maar wordt dan eerst aangenomen wanneer het de gansche ziel bezit en zijn zetel vindt in de meest innerlijke genegenheid des harten. De leer moet in ons hart worden overgestort, en in onzen wandel overgaan, en mitsdien ons in hare gestalte veranderen.

Wij moeten volstrekt niet verwerpen die tot deze Evangelische volmaaktheid nog niet gekomen zijn. Dan zouden allen buiten-

Sluiten