Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan, ook in zorgen en genegenheden, die ons van onze eeuwige belangen aftrekken. Wat 2 betreft. Die met ongeduld de armoede draagt, toont in overvloed gewoonlijk het tegenovergestelde gebrek. Zie voorts Kil. 4:12. Ieder Christen streve naar dit voorbeeld des Apostels.

Ook bedenke een ieder, dat al die goederen ons toevertrouwde panden zijn, van welke wij rekenschap zullen afleggen aan Hem, die ze ons gaf en in alles gediend wil worden.

Ten slotte : de Heere gebiedt dat een iegelijk in alle handelingen zien zal op zijne roeping. Vanwege onze wispelturigheid heeft God bijzondere manieren van leven onderscheiden met bijzondere plichten (roepingen). Dit is voor ieder een gezette staat van den Heere. Dien staat mogen wij niet lichtvaardig verlaten. De beroeping des Heeren is het begin en de grondslag om in elke zaak wel te handelen. Niemand zal dan buiten zijne roeping gaan. Een ieder zal in zijne roeping gewillig zijn, en geen werk mag ons onwaardig of verachtelijk zijn, naardien het van God gewild en Gode aangenaam is.

HOOFDSTUK XI.

Over de rechtvaardigmaking des geloofs. Bepaling van den naam en de zaak.

Het geloof is het eenige middel tot behoud. Aard, weldaden, vruchten van hetzelve zijn reeds besproken. De manier van de rechtvaardigmaking is echter maar even aangeroerd, en moet nu grondig onderzocht. Zij toch is het voornaamste steunsel van den godsdienst. Eerst en vooral dienen wij te weten hoe wij voor God staan, wat Hij van ons oordeelt; anders hebben wij geen grond van godsvrucht en hope.

Gerechtvaardigd voor God is hij, die naar het oordeel Gods èn rechtvaardig geacht wordt èn wegens zijne gerechtigheid bij Hem aangenaam is. Gerechtvaardigd door de werken wordt hij, die door de volkomenheid zijner werken aan Gods oordeel beantwoordt. Gerechtvaardigd door het geloof hij, die geene gerechtigheid door de werken bezittende, de gerechtigheid van Christus door het geloof aangrijpt, met welke bekleed, hij voor

Sluiten