Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 : 12, maar het eeuwige verderf. Zonder het geloof veranderen alle werken, die goed schijnen, in zonden, Hebr. 11 ; fi. Ook is buiten Christus geen heiligmaking. 't Zijn dus kwade hoornen wel met schoone doch niet met goede vruchten. Ter gerechtigheid baten zij niet met al. Wan. al wat de mensch bedenkt, overlegt verricht, eer hij met God verzoend is door het geloof, is vervloekt en verdient de verdoemenis

Nog duidelijker blijkt dit uit de tegenstelling van natuur en genade. De zondaar wordt van dood levend gemaakt, Joh.

Enh 2 10 n 4 = 17; Job 41 : 2; Kom. 11:35;

hph. 2 : 10. Ons eerste vermogen om wel te doen, vloeit uit

e wedeigeboorte. Van nature zijn wij zoo gesteld, dat er eer olie u,t een steen dan een goed werk uit ons zal geperst worden. Zie ook 2 Tim. 1 : 9; Tit. 3 : 4. Voorts Jes 59 15Hos. 2 : 19, 23. '

Ook getuigt de waarheid, dat wij van nature doodelijke vijanden Gods zijn. De rechtvaardigmaking nu is het beginsel der liefde. Voor dezelve kunnen er dus geen werken der rechtvaardigheid zijn.

In één woord : wanneer ons om Christus' wil gegeven is

m Hem te gelooven, dan beginnen wij eerst van den dood tot het leven over te gaan.

b.enc Van deze geldt hetzelfde. De onzuiverheid van het

geweien bewijst dat zij door Gods Geest nog niet zijn wedergeboren - dus geen geloof hebben - dus met God nog niet verzoend zijn en gerechtvaardigd. Wat kunnen van God vervreemde zondaren anders voortbrengen dan hetgeen in zijn oordeel gruwelijk is? Toch schrijven zij zich iichtelijk vaJ„. vxege eenige bijzondere daden gerechtigheid toe, vooral de geveinsden. Zie echter Hagg. 2 : 11 vv. Geen heiligmaking tenzij voorat het hart gereinigd is. Alle werken worden dooide onreinheid des harten bezoedeld. Zie ook Jes. 1 : 13. De vreeze des Ileeren is het beginsel van de rechte betrachting deiwet Waar die gemist wordt zijn alle offers beuzelingen, ja stinkende en afschuwelijke vuiligheden, Spr. 15 : 8

Dus: de schoonschijnende werken van menschen, die noomet 111 waarheid geheiligd zijn, moeten niet voor gerechtigheid maar voor zonden gehouden worden. De persoon verkrijgt bij God geen gunst door de werken, maar de werken behagen dan

Sluiten