Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter dat geloof wel steunen door het opmerken van de gaven Gods in ons, die ons immers een teeken zijn dat de Geest der aanneming tot kinderen ons geschonken is. Dat is uit de vruchten ons vergewissen van onze roeping, Spr. 14 : 26; Gen. 24 : 40; 2 Kon. 20 : 3. Dat is uit de vruchten der wedergeboorte een bewijs trekken dat de Heilige Geest in ons woont. Maar ook dit zelfs kunnen wij niet, tenzij wij tevoren Gods goedheid, door geene andere zekerheid dan die der belofte verzegeld, hebben aangegrepen. Als wij de beloften beoordeelen naar onze goede werken, worden ze heelemaal onzeker.

Maar zegt men, de goede werken der geloovigen worden ook wel als reden aangevoerd, waarom de Heere hun zijne weldadigheid doet ondervinden. Dit moet zoo worden opgevat dat het voorgaande vast blijve. De Heere neemt de werken aan als ondergeschikte oorzaken. Naar zijne gewone bedeeling leidt God de zijnen tot het dadelijke bezit des eeuwigen levens door goede werken. Het voorafgaande wordt dan een oorzaak genoemd van hetgeen volgt, Rom. 8 : 30. De genade, die een trap is tot de volgende, maakt God eenigerwijs tot een oorzaak — doch de ware oorzaak is en blijft Gods barmhartigheid, Rom. (5 : 23. Uit voorgaande giften neemt God reden om volgende daarbij te voegen — en toch wil Hij dat onze zielen alleen rusten in zijne genadige aanneming.

HOOFDSTUK XV.

Alle roem in onze werken schaadt den lof Gods en de zekerheid onzer zaligheid.

Dit hoofdstuk komt in hoofdzaak vrijwel op het voorgaande néér. Nogmaals wordt nadruk gelegd op de hoofdzaak, die door geleerden en ongeleerden zoozeer voorbijgezien wordt.

De goede werken zijn volstrekt ongenoegzaam om den mensch te rechtvaardigen — toch zijn ze in achting bij God en worden beloond. Het woord „verdienste'' voor dit laatste, wraakt Calvijn; het heeft zeer veel dwaling en schade veroorzaakt, het verdonkert Gods genade en vervult den mensch met hoogmoed. Hij betreurt het dat dit woord door de ouden gebezigd

Sluiten