Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IS. Zij evenwel wilden door hetzelve niet aan de waarheid te kort doen. Spreuken van Augustinus, Chrysostomus, Bernardus.

Uit de belofte van belooning moeten wij moed grijpen en ons versterken tot alle goed werk; doch dit zegt niet dat zij verdienstelijk zijn.

Goede werken zijn gaven Gods, door ons echter besmet; toch uit kracht der goedheid Gods beloond. Het is eene snoode ondankbaarheid, dat de mensch met onverdiend loon niet tevreden is en daar verdienste van maakt!

De Solisten meenen dat „verdienste" in de Schrift staat, Jesus

Sirach 1(J : 14 (apocrief) Hebr. 13 : 2, lfi, (verkeerd vertaald in de Vulgaat).

Voorts bespreekt Calvijn de onderscheiding der Sofisten, dat de goede werken de genadegaven van dit leven verdienen, en het geloof de eeuwige zaligheid. Het beloofde loon is bijna altijd in den hemel. Uit genade, uit liefde, bekroont de Heere zijn eigen gaven.

Het is te betreuren dat in vorige tijden deze dingen niet in zoodanige orde zijn ontwikkeld. Volgens den Apostel Paulus is toch Christus het fondament, waarop gebouwd moet worden, 1 Cor. 3 : 11. Treffend toont Calvijn aan hoedanig een fondament dit is, nl. van volkoinene zaligheid, 1 Cor. 1 • 30 • Enh 1:4; Col. 1 : 14, 20; Joh. 10 : 28, enz. enz.

Op dit fondament moeten wij bouwen, willen wij den Heere tot een heiligen tempel opwassen.

Doch de belijders van den naam van Christus ontblooten Christus van zijne kracht, 't Is alsof Christus eigenlijk niets an ers gedaan heelt dan den weg der zaligheid voor ons mogelijk gemaakt, den weg geopend, opdat wij onszei ven zouden kunnen rechtvaardigen. De Schrift daarentegen leert: in Christus hebben wij gerechtigheid, leven, i. e. w. alles wat tot onze zaligheid van noode is, 1 Joh. 5:12; Joh. 5 : 24 • 1 Joh. 3 : 24; Eph. 2:6; Col. 1 : 13.

Vooral de scholen der Sorbonne, de moeders van alle dwalingen, hebben de rechtvaardigmaking des geloofs, d. i. de hoofdsom der gansche godzaligheid, voor ons weggenomen ; zij gebruiken het woord „geloof' nog slechts voor den schijn ; zij drijven de leer van den „vrijen wil." Ook Lombardus leert zoo, hoewel hij zoo goed thuis was in de werken van Augustinus,

Sluiten