Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter de bank te schuiven, zonder welke noch Christus, noch de waarheid des Evangelies, noch de inwendige vrede der ziel recht gekend wordt.

Zij is gelegen in drie stukken.

I. De gewetens der geloovigen moeten zich, in 'tstuk der rechtvaardigmaking voor God, boven de wet verheffen en van de wet vrij gevoelen. Ze moeten alleen de barmhartigheid Gods omhelzen; alleen op Christus zien. Toch is de wet niet overtollig voor de geloovigen, immers tot heiligmaking en godzaligheid. &

Deze materie behandelt Paulus vooral in den brief aan de Galatiers, waar hij niet alleen vrijheid van de wet der ceremoniën bedoelt, Gal. 3 : 13; 5 : 1 vv. Niet door eenig werk der wet, veel min door die nietige eerste beginselen der ceremoniën, is de gerechtigheid voor God te verkrijgen.

II. De gewetens der geloovigen moeten niet als uit nooddwang, maar uit vrijwillige vanzelfheid, Gods wil betrachten, en alzoo ook niet twijfelen of hunne gebrekkige gehoorzaamheid den Heere behaagt, wijl Hij hen niet oordeelt naar de strenge maatstaf der wet, maar in Christus met een vaderlijk oog hen aanschouwt en hunne werken aanneemt. Alleen in dit gevoelen zullen wij blijmoedig Gods wil betrachten, ofschoon wij weten, dat wij 0p verre na niet tot de volmaaktheid kunnen komen. Wij leveren geen knechtswerk, maar kinderwerk, en behooren vast te vertrouwen, dat de blijken onzer gehoorzaamheid onzen allergoedertierensten Vader aangenaam zullen zijn, hoe gering en onvolkomen ook, Mal. 3 : 17. Ook zullen wij dan alleen tot Gods eere werken als wij van de verschrikkingen der wet bevrijd zijn.

Voorts bespreekt Calvijn in dit verband nog Hebr. 11 : 2 Roin. 6 : 14 „niet onder de wet, maar onder de genade."

III. In uitwendige dingen, die op zichzelven middelmatig zijn, zijn wij niet in conscientie voor God verbonden, zoodat wij die nu eens doen dan eens laten mogen. Zonder deze kennis is er geen rust voor onze gewetens en geen einde aan bijgeloovigheden; en ten slotte kan men over geen stroospier meer heenkomen.

In Rom. 14 : 14 plaatst Paulus alle uitwendige dingen onder onze vrijheid, zoo slechts onze gemoederen voor God van die

Sluiten