Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijheid verzekerd zijn; maar indien eenige bijgeloovige meening ons bezwaart, zoo worden ze ons onrein. Zullen wij die dingen dus gebruiken met hartelijke dankzegging, vs. 22, 23, dan moet ons geweten die vrijheid gevoelen. Anders zijn ze ons tot zonde.

Die Christelijke vrijheid nu is in al hare deelen een geestelijke zaak, welker gansche kracht gelegen is in de bevrediging der bevreesde gewetens voor God, in welke zaak het ook bekneld wordt of bekommerd is.

Alzoo doen zij verkeerd 1. die deze vrijheid als een vrijbrief voor allerlei ongebondenheid en wellust gebruiken; 2. die meenen dat zij altijd openlijk voor de menschen hun vrijheid moeten toonen, en alzoo geen acht slaan op de zwakke broeders.

Wat 1 betreft. Calvijn klaagt over de weelde en opschik van zijn tijd, en stelt een middelmatig gebruik tegenover een overdadig gebruik der gaven Gods. Tit. 1 : 15; Luk. (5 : 24; Num. 6:1; Jes. 5 : 8. Dit geldt niet alleen voor rijken, maar ook voor geringeren, want ook onder de grove pij woont vaak een purperen hart. Ieder in zijn stand leve naar zijn stand en zij daarin vergenoegd. Fil. 4 : 12.

Wat 2 betreft. Velen ergeren de zwakke broeders dikwijls door een ontijdig gebruik der vrijheid. Soms gebruiken, soms onthouden, als ons geweten maar van deze vrijheid voor God zich bewust is. Dan kunnen wij met een vrij geweten iets doen, en met een vrij geweten datzelfde nalaten om der broederen wil. De zwakke zijn ons door den Heere bijzonder aanbevolen, dat wij hun geen ergenis geven.

Ergenissen zijn öf gegeven óf genomen. Door de eersten worden alleen de zwakken gekwetst, door de tweede de stuursche gemoederen en de farizeesche verwaandheid. Voor deze laatsten behoeven wij niet te wijken. Matth. 15 : 14. Voor de eersten wel. Rom. 14 : 1, 13; 15 : 1; 1 Cor. 8 : 9; 10 : 25; Gal. 5 : 13. Vrede met God hebbende, moeten wij ook vreedzaam onder de menschen leven.

Maar wie moeten wij voor zwakken, wie voor Farizeën houden? Of: wanneer moeten wij onze vrijheid matigen, wanneer haar gebruiken zonder ons over de ergernissen te bekommeren? Voorbeeld van Paulus, Hand. 16:3. (Tiinotheiis besneden. Vergel. 1 Cor. 9 : 19, 22.) Gal. 2 : 3. (Geweigerd

Sluiten