Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 «e besnijden). Wij moeten dus vragen: wat is het meest nuttig voor den naaste, 1 Cor. 10 : 23, en alzoo de wet der liefde betrachten. De vrijheid is aan de liefde ondergeschikt.

.venwel zonder een haar breed van het gebod Gods af te wijken of de zuivere leer te krenken.

Zijn de geloovige gewetens dus vrij en door geenerlei strikken van onderhoudingen vrij in die dingen, waarin de Heere gewild heeft dat zij vrij zouden zijn - dan zijn we ook vrijmaakt van de macht der menschen. Christus heeft deze vrijheid voor een duren prys verworven, Gal. 5 : 4. Christus is voor ons niets, tenzij onze gewetens in hunne vrijheid blijven slaan - dus zijn ze niet naar het goeddunken der menschen aan wetten en inzettingen verbonden.

Maar wordt zoodoende niet alle gehoorzaamheid onder de menschen weggenomen ? Zoo lastert men. Doch neen ! Men onderscheide tusschen een geestelijke en eene burgerlijke re°-eering of jurisdictie. De eerste heeft op de godzaligheid," de tweede op de burgerlijke eerbaarheid betrekking; deze heeft betrekking op de dingen van het tegenwoordige leven, die op het leven der ziel. Zoo zijn er in den mensch twee werelden die wel onderscheiden moeten worden. De Christelijke vrijheid nu geldt niet de burgerlijke ordening; al zijn onze gewetens voor God vrijgemaakt, toch zijn wij evengoed onderworpen naaide uitwendige regeering aan de menschelijke wetten. Dienstbaar zijnde naar het vleesch, zijn wij vrij naar den geest.

In Hom. 13 : 1, 5 staat dat wij de overheid gehoorzamen moeten „om des gewetens wil" - dus de gewetens ook door burgerlijke wetten gebonden? Wat is het geweten, vraagt Calvijn. Het is, zegt hij, een gevoel van het goddelijke oordeel, hetgeen ons is als een bijgevoegde getuige, die ons niet toelaat onze zonden te verbergen, maar ons als overtuigde misdadigers voor de vierschaar van den Rechter sleept. Het is iets tusschen God en den mensch. En daarom kan het niet eigenlijk van der menschen zijde gebonden worden. En zoo kan een burgerlijke wet wel den mensch en zijn uitwendig werk binden — maar nooit het geweten.

Sluiten