Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

Het gebed, de voornaamste oefening des geloofs. en middel om dagelijks Gods weldaden te verkrijgen.

Uit het voorgaande blijkt hoe ledig en ontbloot, de mensch is in zichzelven, zoodat hij vervulling van zijn gebrek buiten zichzelven moet zoeken ; alsmede hoe God uit eigene beweging den rijkdom zijner goedgunstigheid in Christus ons biedt, welken wij deelachtig worden door het geloof. Is nu God in Christus zulk een overvloedige fontein van goederen, dan moeten wij ook in het gebed ze van Hem begeeren. Rom. 10 : 14 ('t gehoor — geloof — aanbidding) Rom. 8 : 2(5 (Geest der aanneming tot kinderen — Abba Vader).

Door middel van het gebed hebben wij toegang tot de rijkdommen Gods. Wij gaan door het gebed het hemelsche heiligdom in en spreken God aan over zijne beloften, opdat wij, hetgeen wij alleen op zijn woord geloofd hebben, in den tijd van nood -bevinden waarheid te zijn. De schatten, welke het Evangelie bekend maakt en door ons geloof aanschouwd zijn, worden door het gebed opgedolven. Door het gebed trekken wij als 't ware God tot ons, opdat Hij Zich ons tegenwoordig bewijze. Daarbij is rust en vrede de vrucht des gebeds. Het is dus alleszins noodig en nuttig.

Maar is 't niet overbodig, omdat God alles wel weet? Men inerke wel op het einde des gebeds: 't is meer om onzent- dan om Zijnentwil verordend. Wel zorgt en waakt God voor ons, en komt ook meermalen ons ongevraagd te hulp, (wij vaak zorgeloos en traag) — toch is het gebed tot vele doeleinden dienstig. 1. Opdat ons hart ontstoken worde door eene ernstige en vurige begeerte om Hem altijd te zoeken, en in allen nood tot Hem vluchten. 2. Opdat ons gemoed niet met een onbetamelijken lust en begeerlijkheid bevangen worde. 3. Opdat wij Hem steeds zouden danken. 4. Opdat wij, verhoord zijnde op het gebed, temeer zijne goedertierenheid en gaven zouden overdenken en genieten. 5. Opdat wij eenige ervaring zouden hebben van zijne voorzienigheid en dadelijken bijstand.

Om deze redenen schijnt de allervriendelijkste Vader soms te sluimeren en te slapen, tot opwekking van onze traagheid en luiheid.

Sluiten